dinsdag 26 juli 2022

Icefields Parkway

=== 31-7 even geen foto's wegens crappy internet bij Mount Robson Visitor Centre === === 13-8 nu dus wel foto's, wegens rapido thuis-internet én omdat ik toch niet kon kiezen lekker veel ===

Gister was dan weliswaar Lake-day getiteld, maar dat had voor vandaag ook een prima titel kunnen zijn. Jammergenoeg niet zo lekker geslapen, vooral omdat de goederentreinen die langs de camping denderen (da’s tot daaraan toe) ter hoogte van onze camping steeds toeteren. Ook s nachts… en ja, dat is zo luid dat je daar wakker van wordt.

We hebben maar niet meer geprobeerd om een rondje Lake Morraine te doen (straks staan we een uur in de file…). In plaats daarvan gooien we de tank van de camper maar weer 'ns vol 💸, en rijden we meteen de Icefield Parkway op. We hoeven niet ver vandaag, slechts 130 km. Maar met veel prachtige meren en gletsjers trekken we daar de hele dag voor uit.

Het begint meteen al mooi: Herbert Lake een prachtig helder meertje met blauwe en groene kleuren. Niet alleen wij vinden het mooi, maar de muggen ook 😕.


Daarna zien we de Crowfoot gletsjer. Nou hebben we in Oostenrijk ook weleens gletsjers gezien, maar dit is toch ‘n tikkie’ grootser.

Qua wildlife spotten valt het vandaag een beetje tegen: we zien alleen een zwarte beer de weg oversteken. Saillant detail: een eindje ervoor staat een fietser met z’n rug ernaar toe te wachten op z’n matties, en mist alle arrousal😀.

We stoppen ook bij Bow Lake en Peyto Lake, de grote trekpleisters met veel toeristen. Het zijn mooie meren, en vooral Peyto Lake is mooi met z’n felle groenblauwe kleur en vorm van een wolf.



En we doen een wandelingetje bij Mistaya canyon. Prachtig, maar ook een beetje griezelig. Het water stort met donderend geraas naar beneden, en er zijn nergens hekjes. Dat moet vast 'n keer fout gaan, want je ziet mensen op de gekste plekken foto’s maken. Gelukkig staan wij even later weer met z'n allen heel en compleet bij de camper.

Een verrassend uitkijkpunt blijkt Howse pass te zijn, een prachtig zicht over de vallei die daar heel breed uit loopt. We eten er een broodje, en gaan dan weer door.

Langzaamaan komen we steeds hoger, en komt ons einddoel in zicht: de Icefields waar maar liefst 7 gletsjers bij elkaar liggen (ze voeden zelfs 3 verschillende oceanen). We parkeren rond 16 uur op de RV-parkeerplaats bij het Icefield Discovery center. Het is echt prachtig weer, dus prima toeven in korte broek op 2000 meter hoogte. Stoeltjes achter de camper, en we zitten eerste rang onder genot van een biertje en wat chips. Terwijl Floris op de morenen en grote stenen speelt, maakt David meteen goed gebruik van de WiFi in het discoverycenter om de StarWar films te downloaden voor onderweg.

(Ja. Als u dacht dat het kroost de hele reis aandachtig naar buiten kijkt, dan heeft u het mis. Voor vertrek hebben de pubers hele series op hun telefoon gedownload om die Vier. Hele. Weken door te komen. Er blijkt meer kijktijd in een dag dan verwacht 🙄, dus de voorraad is op. Paniek. Maar gelukkig was daar dus net op tijd een visitor center met hele goede wifi. Je moet prioriteiten stellen als reizende puber...)

En dan wordt plotseling een deel van de parkeerplaats afgezet en stopt er een ambulance en een soort brandweerwagen. Ergens blijkt een ongeluk gebeurd te zijn (we vermoeden op de gletsjer) en iemand moet met de helikopter worden afgevoerd. Vlak voor onze neus landt even later een knalrode helikopter. De patiënt wordt vanuit de ambulance overgeheveld naar de heli-brancard en dan stijgt de heli weer op, richting Banff. De parkeerplaats is nu weer RV-camping geworden.

David, Floris, Erik en ik maken nog een avondwandeling naar de voet van de gletsjer. Dat valt even tegen: de gletsjer is al zover afgesmolten dat de echte voet niet eens te zien is vanaf het pad. Langs de route staan bordjes tot waar de gletsjer kwam in bepaalde jaren. En dat scheelt minstens 5 meter per jaar…



We zetten de wekker extra vroeg: we willen het eerste zonlicht op de gletsjer zien verschijnen morgenochtend. (Als je dan toch een keer de zon wilt zien opkomen, dan is dit de perfecte plek 😇).

maandag 25 juli 2022

Lake day

===== 31-7 wegens crappy internet-verbinding bij Mount Robson visitor centre even geen foto's... Anders zit ik hier een jaar, en ik wil nog een boek lezen en spelletjes spelen =====

Vandaag gaan we terug naar Lake Emerald in de hoop dat we wel kunnen parkeren. En warempel, het is om 10 uur nog net niet kneiterdruk. We wandelen voor de verandering eens niet, maar huren voor n uurtje 2 kano’s om het meer te verkennen. Super om de bergen vanaf het water te bekijken. Het meer is behoorlijk helder en heeft een prachtig blauw-groene kleur!



Na een uurtje lekker peddelen (180 dollar voor 2 kano’s, een lekker verdienmodel 🤑) leggen we weer aan aan de steiger en wandelen nog even naar een piepklein meertje dat in de buurt ligt. Ook zo mooi blauw-groen.

Danaë verzamelt pins voor haar rugzak van de plekken die we bezoeken. Ze heeft er al 2: een van Banff en een van Lake Emerald. David heeft zich sinds een paar dagen ontpopt als fotograaf. Hij maakt de ene na de andere mooie foto en grossiert in de prachtige achtergrondjes op z’n telefoon die zó uit Shutterstock lijken te komen.

Op weg naar het uitkijkpunt voor de spiral tunnels (waardoor de ellenlange goederentreinen over de Kicking Horse Pass naar boven of naar beneden gaan) scoort Floris nog even gauw z’n tag voor z’n explorer-boekje van Yoho National park. Dit keer krijgt hij er ook een diploma en plaktattoo’s bij. Inmiddels heeft hij er al 6.

We lunchen bij het uitkijkpunt en hoera, er passeert een trein (ze komen niet zo regelmatig, maar het gaat ook s nachts door). De treinen zijn zo lang dat het achterste stuk nog door de tunnel moet als het voorste gedeelte er allang uit is. Voor de grap meten we hoelang de laatste wagon in de tunnel is: bijna 3 minuten.

Omdat we zo’n enorme vrachtwagen hebben, gaan we niet de Yoho Valley road omhoog: er zit zo’n smalle haarspeldbocht in dat we een stuk achteruit omhoog of omlaag moeten rijden. En onze camper is echt ontzettend lang… jammer, want ik had graag de Takkakaw-watervallen gezien. Aan de andere kant: er zijn altijd meer plekken die ik niet zal zien dan wel.

Wij rijden door naar Lake Louise campground. We hopen door vroeg in te checken nog met een park-shuttlebus naar Lake Louise en Lake Moraine te kunnen. Maar helaas, alle plekken zijn al op. En met eigen RV naar boven is lastig, zeker overdag omdat er weinig parkeerruimte is.

We eten daarom maar vroeg. Dan kunnen we ‘s avonds zelf nog een poging wagen. Rond 19 uur koppelen we de stekkers weer los en schuiven we de slides weer in, en een kwartier later rijden we de parkeerplaats van Lake Louise op. En… een zee van ruimte! Maar goed ook want onze camper past niet zo makkelijk op deze parkeerplaats als het wat voller zou zijn (we hebben echt een belachelijk grote draaicirkel). En nog meer mazzel: omdat we na 19 uur parkeren hoeven we ook geen 12 dollar aan parkeergeld te betalen.

Vooral de gletsjer aan de overkant van Lake Louise is mooi. Het meer zelf natuurlijk ook, knalblauw. Maar wát een mensenmassa nog op dit tijdstip. Heel India staat op de boardwalk verzameld, en ook langs het wandelpad is het nog ontzettend druk. Wat een hel moet het hier overdag zijn… We kijken voor de grap even wat het kost om hier te kanoën: maar liefst 145 dollar per uur 😱 (per kano!). En er zijn genoeg mensen die het meer op gaan!

Op de weg naar beneden hopen we nog naar Lake Morraine te rijden, maar helaas die afslag is afgesloten (op onze weg naar boven was ie even open). Erik heeft er zin in en roept: ‘We rijden gewoon naar beneden en doen dan nog een rondje via de parkeerplaats van Lake Louise. Wie weet hebben we geluk en is het dan open.’ En dus rijden we een ‘ererondje’. Maar helaas. Ook een kwartiertje later is er nog geen ruimte op de parkeerplaats bij Morraine. Misschien morgenochtend, voordat we de Icefield Parkway oprijden…

De campground zelf ligt prachtig tussen de dennenbomen. Had ik niet gedacht eigenlijk. Ook hier werden we weer flink gewaarschuwd voor beren. Grizzly’s deze keer. 's Avonds in het donker liever niet naar het toiletgebouw, en zeker niet alleen. Oke, prima. Floris hoopt dat we nog een grizzly zien. Tot nu toe alleen nog zwarte beren gezien.

zondag 24 juli 2022

Terug naar de bergen

Het is opvallend hoe aardig en laidback de Canadezen zijn. Op de camping die op het eerste oog wat ‘volks’ lijkt, was het best een drukke bedoening gisteravond. De camping stond blauw van de kampvuurtjes-rook en veel families die s avonds nog lekker buiten zaten te kletsen of een soort bijl-werp-spel deden. Maar om klokslag 23 uur was het stil. We vermoeden dat dat in NL niet zo snel het geval zou zijn geweest.



Vandaag rijden we weer terug naar de bergen. Doel is uiteindelijk de Kicking Horse campground, maar eerst maken we nog wat stops in Kootenay National park. Omdat de elektrische waterverwarmer het niet doet, maken we een pitstop bij Canadream in Calgary. We rijden er toch langs. De technician kan nu niks doen, en vult onze gastank extra bij. Want het water met gas verwarmen kan prima, we hoeven dus niet per se koud te douchen. Vrijdag reden we er ook al langs omdat het zonnepaneel niet oplaadt. Toch jammer van een gloednieuwe camper…

We lunchen bij Marble canyon en wandelen daarna omhoog om de canyon zelf te bekijken. Het water perst zich met donderend geraas door een ontzettend smalle kloof. Indrukwekkend om te zien.

Daarna rijden we iets verder naar om naar de Paint pots te wandelen. Best bizar, deze 2 plekken liggen nauwelijks 3 km van elkaar maar verschillen enorm: om bij de Paint pots te komen wandel je door een laag moerassig grasland waar de grond oker is. We lopen door knaloranje stof en blubber, over grote plassen en modder gedeelten hebben ze planken en losse palen gelegd. Als je die gepasseerd bent, kom je bij de pots. Als een soort gekke vijvers liggen ze op een helling. Ik vind nog verse sporen in de modder van een zwarte beer. Je kunt z’n tenen en klauwen goed zien.


Daarna rijden we via de continental divide richting camping; Danaë heeft de mazzel nog een zwarte beer langs de snelweg te spotten, we kunnen 'm allemaal nog net even zien. Beer 3 dus. David vindt dat we 3,5 beren hebben gezien, want de sporen tellen ook. #ikrekenhetgoed

We stoppen nog even in Field bij het visitor center om een parkmap en een explorer boekje voor Floris op te halen zodat hij weer een tag kan scoren. In Field blijkt onverwacht een zeer goed restaurantje te zitten: de Trotter-reisgids heeft gelijk, het is heerlijk eten bij de Truffle Pigs. Dat compenseert het gemis van een goed restaurant in Drumheller gisteren 😉

Rond half 8 installeren we ons op de campground. Nog net op tijd om de ‘Parkshow’ mee te maken. Een ranger houdt met behulp van vrijwilligers uit het publiek een super geanimeerd verhaal over de white bark pine: een bedreigde boomsoort in de parken. Als een leraar dat op school zo vertelt, vergeet je het nooit meer.

We hebben vanavond helaas geen toffe plek onder de bomen en geen firepit. Deze plekken waren in no-time weg toen we konden reserveren in januari. En er zijn maar weinig plekken op deze camping waar we met deze vrachtwagen op kunnen. We worden flink gewaarschuwd voor de zwarte beren die met regelmaat over de campground lopen. We zijn benieuwd of we er eentje tegenkomen. Als dat gebeurt als ik morgenochtend ga douchen ben ik vast klaarwakker 😀

* edit 31 juli: een paar dagen geleden lazen we een bericht van Yoho National Park op Facebook: ze waarschuwden voor veel bear-activity in de Yoho-vallei. Wij hebben er dus niet heel veel van gemerkt, maar er zitten kennelijk wel degelijk beren.

zaterdag 23 juli 2022

Dinosaur-country & een saloon

Om 10 uur sharp stonden we op de stoep van de Royal Tyrell Museum. Het museum over dino's en paleontologie. In de badlands in Alberta zijn namelijk enorm veel dino-vondsten gedaan. En als je de badlands zelf ziet, heb je meteen het idee dat je de prehistorie induikt.



Het is een prachtig museum met mooie duidelijke tentoonstellingen, en veel te zien. Van botjes, fossielen en andere 'obvious' dino-dingen tot een tuin met zoveel mogelijk dino-like vegetatie. Na het bezoekje wandelen we nog even over de trail bij het museum. Mooi, maar warm.


Daarna maken we een korte stop bij het allerkleinste kerkje ever: 6 personen en een dominee passen erin. En we rijden door naar de Horsethief canyon. Ook weer een en al badlands met mooie zichtbare laagjes gesteente. Omdat m’n knie het niet zo lekker doet na de schuiver van gister ondernemen we niet de afdaling naar beneden maar bewonderen we de canyon van boven (de kinderen vinden het totaal niet spijtig dat er weinig gewandeld wordt vandaag😜). We concluderen dat de Horseshoe canyon van gister eigenlijk veel mooier is. Saillant detail: de canyon van gister blijkt in Kneehill county te liggen. Laten we zeggen dat ik die naam eer heb aan gedaan 😬.

Dan is het tijd voor een uitstapje naar de Last Chance Saloon in Wayne, een piepklein plaatsje met maar 27 inwoners. Een eeuw geleden, toen er nog flink ge’mined’ werd, woonden er 2500 mensen. Kortom, 'n beetje een ghost town dus. De saloon ziet er uit alsof we via een tijdcapsule de western-tijd ingeschoten worden. Tot verdriet van Floris heeft het geen echte klapdeuren (die zouden om de haverklap - pun intended - kapot gaan, zo’n komen en gaan van mensen is het hier). Er staan behoorlijk veel Harley’s voor de deur, met hun bijbehorende bikers achter een biertje aan een tafeltje. We smullen van een ‘party platter’: een schaal gefrituurde uienringen, courgettes, champignons, paprika’s, cheesesticks en chicken wings.


En tot slot van deze roadtrip around Drumheller stoppen we nog even bij de Hoodoo trail. Dat valt toch beetje tegen: slechts 3 hoodoos achter ‘n hekje en tientallen mensen die overal overheen klimmen. Dan was de hoodoo-trail die we 12 jaar geleden in Amerika deden een stuk indrukwekkender.

We slaan weer flink wat boodschappen in: de komende dagen staan we weer in ‘het niks’ en dus ook geen winkels in de buurt. En ja, ook bij de winkel kom je een dino tegen; als je de dino-capital of the world bent, moet je het wel goed doen natuurlijk.

‘s Avonds proberen we een restaurant te vinden in Drumheller, maar dat valt niet mee… alles is dicht of je moet van smoezelige tentjes houden. Dan eten we wel wat bij de camper. Er zit wel een geweldige brouwerij in Drumheller die helaas geen eten serveert. Jammer, want nu kon Erik eindelijk een keertje ‘kruipend naar huis’ omdat de camping op loopafstand ligt.

vrijdag 22 juli 2022

Close encounters of a bear kind

Voordat we op weg gaan naar Drumheller eerst nog even langs Cave and Basin in Banff. Daar waren we gister nog niet aan toe gekomen. Ik dacht namelijk dat het tot 20 uur open zou zijn, maar gek genoeg sluit deze plek in het hoogseizoen net als het Park-museum om 17 uur. Cave and Basin is een plek waar zwavelhoudend waterbronnen zijn gevonden en het was vroeger een soort kuuroord. Nu leeft er een slakkensoort in de baden die nergens anders ter wereld voorkomt. Dat er zwavel in het water zit, is goed te ruiken, wát een lucht!!! We snappen nu waarom de berg in Banff Sulphur mountain heet…

Terwijl we langs de bronnen buiten lopen, roept Floris opeens ‘Hè mam, een beer!’. Ik dacht eerst dat hij een grapje maakte maar nee, echt waar. Op nog geen 10 meter afstand scharrelt een zwarte beer tussen de struiken. En even later passeert hij doodgemoedereerd de boardwalk waarop wij staan. Als we weer veilig verder kunnen, meld ik het bij een ranger die net aan een rondleiding begint. ‘Did you see what kind a bear it was?’, vraagt ze. Ja dus, een zwarte beer. ‘Oh that’s okay’, antwoordt ze en pakt haar portofoon. ‘We’ve got Gary in the upper boardwalk’. ‘Okay, we’re on it’, antwoordt een collega. Prima. Gary dus. En kennelijk komt hij wel vaker ff buurten. Maar goed, beer nummer 2 dus. When you least expect it.

Omdat Floris een ‘fort’ heeft gezien in de buurt van Cave en Basin, stoppen we daar ook nog even. Het blijkt inderdaad een fort zoals de westerlingen dat vroeger bouwden in de tijd van de Indianen, en het blijkt een Indianen-museum te herbergen. De pubers willen niet nog een museum bekijken, maar wij wel. En dus bewonderen wij samen met Floris de tentoonstelling met manshoge indianen-poppen-scenes. Er is ook een Oculusrift waarmee je een VR-vlucht op de rug van een adelaar kunt maken. Erg gaaf!

En daarna moeten we toch echt op weg naar Drumheller. Als snel zien we de Rockies alleen nog in onze zijspiegels. Het landschap wordt plat en weids. We ronden Calgary via snelwegen langs de buitenwijken. Ook die zijn enorm wijds opgezet, maar gek genoeg zien we maar weinig bomen. Zouden hier geen bomen willen groeien ofzo? Het lijkt ons niks om hier te wonen.


Na Calgary wordt het landschap nòg weidser. Ontzettend rechte wegen, en soms een kruising met een weg die meteen een gravelroad wordt. Het is al een tijdje droog, want je kunt aan de stofwolken zien dat er heel in de verte een auto rijdt. We lunchen in Beiseker, een plaatsje 30 km voor Drumheller. Tjongejonge, wat een niksig gat is dat! Of misschien is iedereen met vakantie, want er is geen levende ziel te bekennen. Floris en ik schommelen wat in de speeltuin en dan rijden we weer verder.

Vlak voor Drumheller stoppen wij bij de Horseshoe canyon. Zo op het eerste gezicht lijkt je te stoppen op een grasveld. Maar met een paar stappen sta je plotseling aan de rand van een canyon waar je zo maar een miljoen jaar terug in de tijd gaat. Tijdens het afdalen glij ik uit over stomme grindjes, met een dikke bult op mn knie als gevolg. Gelukkig lijkt alles nog gewoon te werken, maar ben blij dat we gister al 12 km gewandeld hebben. We lopen een kwartiertje rond in de canyon (het officiele paadje is ook niet veel langer), en rijden dan door naar Drumheller, the dino capitol of the world, zoals ze zichzelf aanprijzen. Overal in de stad zie je dino's, in alle soorten en maten. 


De camping is een camping vol Canadezen. Het heeft iets weg van een sta-caravanpark, maar toch ook weer niet. We zien geen enkele andere overduidelijke huurcamper, zoals van Fraserway, Canadream of Cruise Canada) en lijken dus (weer eens) de enige 'buitenlanders'. Ik gooi gauw 2 wasmachines vol met was, en daarna gaan we fijn buiten eten. 's Avonds komt er een onweersbui over de camping, dus zitten we lekker binnen.

donderdag 21 juli 2022

File-wandelen in Johnston Canyon & naar de inktpots

Tot groot afgrijzen van de kinderen staat er vandaag weer een wandeling op t programma. We kamperen niet voor niets bij Johnston Canyon, en dus wandelen we vandaag naar minimaal de Upper Falls. Net als tig andere toeristen. T is een beetje file wandelen tot aan de Upper Falls.


Als we bij de Upper Falls zijn is het nog 3 km naar de Inkpots. We hebben dan al 150 meter geklommen in hoogte, en moeten dan nog 150 meter. Prima te doen, de wandeling in Glacier was veel steiler over een kortere lengte. Dus, we gaan ervoor. Het is warm (29-30 graden, veel zon) maar gelukkig lopen we het grootste deel door een bos. Bang voor beren zijn we eigenlijk niet, daarvoor lopen er teveel mensen over het pad. Eenmaal boven is het prachtig mooi, de waterbronnen liggen op een soort plateau. Als je wat langer naar een bron kijkt bubbelt de bodem langzaam omhoog.


 De weg terug is gelukkig het merendeel afdalen; daar zijn de kinderen sneller in dan Erik en ik. Met bijna 13 km (12,7 om precies te zijn) in de benen ploffen we na 4 uur wandelen weer in de camper. Ff bijkomen.

Aan het eind van de middag rijden we nog weer naar Banff (helaas... weer geen wildlife te zien langs de weg). Gister zagen we namelijk een een Beavertail-winkel. En 3x raden wat er ook op de food-bucketlist staat. Na zoveel inspanning vinden we dat we wel een Beavertail mogen proberen. En we willen ook nog even het Banff Park Museum bekijken. Dat laatste wordt inderdaad ‘even’, want dat gaat om 17 uur dicht. Gelukkig is het niet groot, dus kunnen we veel van de opgezette dieren makkelijk bekijken. Zo komen we erachter dat de zwarte beer van gister die we heel klein vonden, waarschijnlijk toch gewoon een volwassen exemplaar was.
 

Ondanks een detour over de Bow valley parkway zien we ook op de terugweg geen wild. Wel een grondeekhoorn die staat te ‘stokstaarten’ op een boomstronk. Waarschijnlijk hadden we dikke mazzel met onze ene beer gisteren.

Op de camping klooien we nog wat bij de rivier. Die is zo koud dat je na 10 seconden geen brainfreeze maar een teen-freeze krijgt. Wel lekker hoor, beetje pielen met stenen. Danaë heeft al een hele collectie mooie steentjes aangelegd.