zondag 20 juni 2010

Hoe je in Goblin Valley een rozijntje wordt en in Moab belandt

Weet u... Het weer is al dagen prima. Wel behoorlijk warm (rond de 30 graden of meer), maar daar gaat het niet om. Daar wen je namelijk aan.
Waar we namelijk maar niet aan wennen - of liever gezegd, ons vel - is de droogte. Het is namelijk zo waanzinnig droog dat ondanks veelvuldig smeren (anti-zonnebrand factor 50, voor minder doen we het niet) onze velletje aanvoelen als schuurpapier.

Vandaag vertrokken we met een beetje pijn in het hart van de fantastische camping in Fruita (toepasselijk niet, zo tussen de boomgaarden). Op weg naar Moab.
Nu is rijden nooit zo'n probleem: wegen zijn rustig, breed, mensen rijden ook rustig. Dus niets aan het handje.
Maar vandaag waren de wegen wel heul erg recht en heul erg lang... En dan wordt het een beetje saaaaai. Ik bedoel: woestijnlandschap kennen we inmiddels in diverse soorten en kleuren. Het is nog steeds mooi. Maar als het ook heel erg warm is, en de rest van de passagiers een dutje doet, dan is het voor de bestuurder ook moeilijk om zijn ogen open te houden wanneer er kilometers woestijnvegetatie met hier en daar een rotspartij voorbijtrekken.

Gelukkig hadden we een stop in Goblin Valley State Park ingepland, zodat Huisgenoot toch nog even aan het stuur mocht draaien.
En tjeemienee mensen, wat was het daar droog. En warm ook, maar er stond een windje, dus het was best uit te houden.
Maar dróóg... Van dat je uitstapt, en dat je jezelf acuut een rozijntje voelt worden.
Alle vocht die we in ons hadden, verdampte meteen. Er viel bijna niet tegenop te drinken...

Enniewee, Goblin Valley dus.
Een interessant fenomeen weer, dat wel. Kobolt-achtige zandsteen-formaties die nergens anders ter wereld (dacht ik te hebben onthouden) te vinden zijn.
En je mag er zo maar tussendoor lopen. Leuk, vond David dat.  Hij zag allerlei bijzondere vormen en figuren. Maar vond het vooral Heel Erg Warm. En wij ook.
Dus na drie kwartier dwalen tussen de goblins - op min of meer het heetst van de dag... - hielden wij het voor gezien en aten onze lunch op de overdekte picknickplaats van het park.

Op onze terugweg spotten we zo maar nog wat pronghorn antilopen.
Prachtige beesten die het heel fijn vinden in woestijn-achtige gebieden. Gelukkig maar voor ze, want wij houden van iets vochtiger oorden, geloof ik
Heel in de verte zagen we, oh joy, een moeder met jong. Beebie, riep Danaë opgetogen vanaf de bank.

Daarna reden we weer heel saai en recht verder naar Moab. En moesten we even ontzettend slikken bij het zien van dit stadje: toeristisch, niet echt gezellig (voor zover Amerikaanse stadjes en dorpjes dat kunnen zijn, maar misschien zijn we net in de verkeerde stadjes en dorpjes geweest...).
En dan de camping... Canyonlands RV Park. Het komt in de buurt van de camping in Bakersfield, maar heeft nog net een tikkie meer sfeer. Gigantisch touringcar-formaat achtige RV's staan hier, hutje mutje op elkaar.

Eigenlijk zouden we hier 3 nachten staan, maar als snel besloten we dat we deze plek na 2 nachten voor gezien houden en dat we iets eerder dan gepland naar het Noorden trekken. Naar hopelijk iets fijnere campgrounds.
Een voordeel: deze camping heeft gratis WiFi. Dat dan weer wel...
En een grote winkel op loopafstand. Dat is ook wel eens fijn.

1 opmerking:

Krista zei

wat een fantastische reis, en weer geweldige foto's.
(dat je van zo'n droog stukje zand nog een mooie foto kan maken he?!?!)