woensdag 30 juni 2010

De leukste kinderspeelplaats ever

Dat was het dan.
De camper ingeleverd (met minimale buiten-inspectie, maar we hadden toch geen schade gereden), en alle spullen zijn op de een of andere manier weer in een tas beland.

Met een taxi naar het La Quinta Hotel bij het vliegveld. David zit direct voor Cartoon Network geplakt (echt, misschien is-ie wel verslaafd?). De hele middag ligt nog voor ons, dus wat te doen?

We besluiten naar de Discovery Gateway te gaan, een kindermuseum.
Het blijkt een goed besluit: David en Danaë gaan compleet los met ballen, buizen en geluid-maak-dingen. En er blijkt een groot 'kinderdorp' te zijn waar alle kinderen samen-apart spelen, inclusief verkleedkleren.

De ene is even postbode, de ander rijdt rond in een politie-auto. Er is een grote bouwplaats (3x raden waar David een hele tijd heeft zoet gebracht), een winkel waar je achter de kassa kunt staan om de mandjes boodschappen van andere kinderen 'alsof' af te rekenen en er is een huis waar ook vanalles en nog wat moet gebeuren (en ja, dat vond Danaë erg interessant.... afwassen, koken, strijken... Geen idee van wie ze t heeft; van mij in ieder gevan niet).

Alle ouders zitten ergens in een hoekje, want de kinderen vermaken zich allemaal vanzelf. Genoeg om te ontdekken.
Jammer dat we dat in Nederland niet hebben (zou vast leuker zijn dan die schreeuw-kinder-paradijzen...). Ziet nu een gat in de markt.

Daarna eten we ons - waarschijnlijk laatste - broodje Subway en dan strijken we weer neer bij de fontein. David rent weer lekker heen en weer, wordt kleddernat, maar wat geeft het? Het is 37 graden en in no-time is alles weer droog.

De taxi-chauffeur die ons naar de Gateway Shopping Mall bracht, blijkt een ontzettend aardige man.
Hij vertelt vanalles en nog wat over Salt Lake City, en rijdt ons gratis en voor niets - because we're such a nice family and he and his wife are dying for some grandchildren - nog een rondje toeristiek door Salt Lake. Over Capitol Hill, zodat we de hele vallei kunnen overzien.

Als we om half 7 de taxi terug bellen, blijkt hij speciaal voor ons te hebben gewacht (eigenlijk werkt hij maar tot 5 uur, zei hij toen hij ons afzette). Z'n collega zat ergens anders en hij vond het niet leuk dat we zo lang zouden moeten wachten.
Echt, deze man is by far de aardigste taxichauffeur die we ooit hebben ontmoet.
Wat vreselijk jammer dat we morgen alweer weg moeten uit dit prachtige land!

Edit 4 juli 2010:
Foto's. Van de leukste kinderspeelplaatsen: de fontein en het speel-museum. En de allerlaatste van de camper.

De. Laatste. Dag.

Ja. Wat kan ik hier nou van maken? De. Laatste. Dag.
Althans, zo voelt het.

Morgen de camper inleveren. Overmorgen vliegen. We vinden dit Niet Leuk. En zouden - op de bedrituelen na - zo nog weken, wat zeg ik, máánden kunnen blijven rondtrekken in dit geweldige land.
's Ochtends nog even naar Temple Square geweest om de Mormoonse tempelmakerij te bekijken. En toen nog weer even spelen in de fontein. Want tjeemienee, wat is het warm. Ondanks dat de zon regelmatig schuil gaat achter een wolk.

Daarna de camper opruimen: hoe krijgen we al die spullen weer terug in de tassen en hoe maken we anderen blij met aangeschaft speelgoed, extra deken en ander handig maar nu overtollig spul.
Laatste Dag. Die is gewoon nooit leuk. Behalve afgelopen ochtend dan.

Edit 4 juli 2010:
Foto's van De Laatste Dag. Tuurlijk zijn die er...

dinsdag 29 juni 2010

Springen in de fontein

En dan doe je je ogen open, en ben je benieuwd waar je nu eigenlijk beland bent.

En dat viel niet tegen mensen, echt.
Als u ooit nog eens in de buurt van Rexburg bent, dan kan ik u Beaver Dick van harte aanraden.
Geen voorzieningen verder, staat ook nergens in de dikke camping-boeken, dus een echte local-tip, maar wel een speeltuin, leuke plekjes en zwemgelegenheid.
Wij bleken de camper overigens op een soort groeps-dag-parkeerplaats te hebben gezet. Naja, iedereen had wel lekker geslapen.

We besloten de plannen om te gooien en niet via Bear Lake te rijden, maar gewoon in 1x door te rijden naar Salt Lake City, zodat we wat meer tijd hadden om de stad te shoppen bekijken.

Omdat we er toch min of meer langsreden direct ingecheckt op de Pony Express RV Park.
Joost mag weten waarom het zo heet, want er is hier geen pony te bekennen en het ligt ingeklemd tussen wat doorgaande snelweg en vlakbij het vliegveld.
Maar: het is een prachtige camping, zeker voor wat we gezien hebben aan niet-staats-campings. Ruime plekken, mooi onderhouden, zwembad, mooie speeltuin, hele vriendelijke eigenaren. En een hoop Meet-The-Focker-achtige bus-RVehicles. Wij zijn hier Klein Duimpje in Camper-Bussen-Land.

Het is trouwens ontzettend warm. Zo'n 37 graden. Dat hebben we een week niet meegemaakt.
Maar, niet getreurd: bij dé shoppingmall van Salt Lake City (in 2002 deed het dienst als Medal Plaza tijdens de winterspelen, waar Salt Lake Smitty haar gouden medailles kreeg om gehangen) is een prachtige fontein waar alle kinderen heerlijk doorheen mogen rennen en kletsnat mogen worden.
So we did. Ja. Wij allemaal. Klein en groot. Who cares...

En kochten en passant nog even wat bij de Abercrombie & Fitch.
Aber-who?
Ja. Ik kan het ook niet uitspreken. Sorry.
Gelukkig staat het op zo ongeveer ieder kledingstuk, dus wie weet moet de uitspraak van deze hippe-kleren-keten-met-debiel-harde-muziek-teveel-parfum-en-langzame-winkel-jongens-en-meisjes dit jaar nog wel lukken.
Aja. t was weer een leuke dag.

Ndaag!

Edit 4 juli 2010:
Een klein beetje foto's dan...

maandag 28 juni 2010

Van hoe we midden in de nacht op een gratis camping terecht kwamen...

Ja. Gra-tus. En het was niet eens de bedoeling.

Wilt u de korte versie van het verhaal?
Heerlijke dag gehad, David elleboog uit de kom, naar ziekenhuis heel ver weg en overnachten op een gratis campground.
Klaar.

Wilt u de lange versie van het verhaal?
Nou, gaat-ie dan.
Na een prachtige ochtend waarop we langs allerlei geiserbassins reden, en een heerlijke chil-op-de-camping-in-de-zon-middag, begon het avondritueel weer.
En dat betekent de laatste 2 weken vooral een hoe-schreeuw-en-brul-ik-mijn-kleine-zusje-wakker-sessie die eindeloos duurt. Da's dus niet zo prettig voor zowel zusje, ouders als de dader in kwestie (die overigens over een heel vervelend hoe-irriteer-ik-mijn-ouders-uitdaag-lachje blijkt te beschikken).
Het kan dus zijn dat de kinderen met een klein slaaptekort weer terug in Nederland komen, want slapen voor 21 uur, dat gebeurt zelden, ondanks dat we op onze 'gewone' tijden eten.

Nagoed.
Hoe ging het in de camper?
Etterdeetter-vermaning-boos-etterdeetter-vermaning-boos etc. etc.
En toen: elleboog uit de kom. Van David. Alweer. (echt, ik durf 'm niet meer aan te raken).
Da's sowieso niet zo fijn want het doet zeer. Maar het ging ook niet vanzelf over. En dus moesten we op zoek naar een dokter die de geheime goocheltruc kon uithalen.

Dat bleek lastig: alle Medical Clinics in het park waren al hardstikke dicht (want het was al 9 uur). De receptie van de camping trommelde een heuse medic-ranger op. Compleet opgedirkt met hoed, wapen, berenspray en nog wat tools aan z'n broekriem.

In de camper constateert de coole guy dat David's elleboog inderdaad weer uit de kom is.
En dat hij hem wel weer kán terug zetten, maar dat hij dat niet mág.
Want de kliniek is al dicht. En - mind that - we zitten niet genoeg in de rimboe. (Als we 12 mile in de backcountry hadden gezeten, had hij wel toestemming gekregen van de opper-medical-goeroe, vertelde hij er nog even bij).

Welke opties we hadden, lichtte hij graag toe.

  1. Wachten tot morgenochtend 7 uur. Lijkt me niet nee.
  2. Meerijden met een ambulancetransport van een 17 maanden oud kindje dat 'toevallig' ook naar het ziekenhuis moet. Maar dan moeten we daar met de camper achteraan rijden, want we moeten sowieso mee. Ook niet echt handig dus.
  3. Zelf naar het ziekenhuis rijden. En het eerste dichtstbijzijnde ziekenhuis ligt 2 uur verder op. In Rexburg. Maar, service is alles hier, de ranger belt wel even om te vertellen dat we eraan komen.

Inmiddels was het half 10, en al behoorlijk donker aan het worden. En dan is een camper handig: je hoeft niets in te pakken. Alleen even weer wat autostoeltjes te installeren en de kinderen erin te zetten en je vertrekt.
Dus met de laatste sprankjes daglicht vertrokken we uit Yellowstone. En reden we verder door het pikkedonker naar Rexburg (met 2 slapende kinderen achterin). En als ik zeg pikkedonker dan bedoel ik ook pikkedonker. Echt. Heel Erg Donker.

Onderweg belde ik de verzekering - lang leve het papier met alle gegevens op een rijtje waarvan ik huilend zei dat ik dit nooit maakte om te gebruiken - en rond middernacht kwamen we aan bij het ziekenhuis.
Waar de huisarts een paar maanden geleden laconiek fliep-floep deed en we in 5 minuten weer buiten stonden, kregen we nu een serieuze ER-achtige behandeling.

De 'vitals' van de jongeman moesten in kaart gebracht worden. En dus deed een arts een pogin om een saturatiemeter om David's vinger te plakken. Die dacht No F*ing Way en stortte zichzelf in een hysterische krijspartij.
De arts liet het er niet bij zitten, en dacht m om de grote teen van David te plakken. Na 5 minuten afleiden, hadden we dan eindelijk groen-op-zwart op het scherm dat David niet dood ging duh : een goede hartslag en een goede saturatie. De een wat aan de hoge kant, en de andere een tikkie laag. Maar hé, de arts zei geruststellend dat dat allemaal kwam omdat David zo huilde.

David moest ook gewogen worden. En dus plantte Huisgenoot m desgevraagd op een babyweegschaal. Toen zagen de dokters in dat het jongetje van top tot teen opmeten misschien ietwat over the top was, en gaven ze zich gewonnen.

Een ER-zuster hobbelde braaf  de hele tijd met een notitieblok achter de arts-in-opleiding aan, en vroeg mij de hemd van het lijf over de medische voorgeschiedenis van David en of hij wel alle vaccinaties had gehad.
Toen bleek alle research achter de rug, en keken we hoopvol naar de arts-in-opleiding, in afwachting van dé truc.

Maar nee. Vrolijk meldde hij dat hij alleen de intake mocht doen en dat hij wél wist hoe het moest (en hij zou het ons nadat alles achter de rug was even leren) maar dat hij het nog niet mocht uitvoeren. Anders zou het hem zn ziekenhuis-carriere kosten.

Exit Arts-in-opleiding, entré dé dokter. Een lange man die zo belangrijk was dat hij zijn naam op zijn dokterspak geborduurd had. Althans, dat heeft vast iemand anders voor m gedaan.
En die deed: de arm strekken, met een hand de bovenarm vlak bij de elleboog vastpakken, met de andere de handpalm van David naar boven draaien (vond ie niet leuk, want dat deed ontzettend zeer) en dan de onderarm naar boven buigen.

En toen.
Toen was het over.
David kreeg 2 dinostickers en 1 Cars-sticker en wij een hoop papieren om te ondertekenen (een ontslag formulier, patient rights, verzekeringsdingen, rekening etc.).

Ondertussen liep het tegen 1 uur s nachts. Terugrijden vonden we geen optie: we waren inmiddels halverwege de rit van de volgende dag, want we zouden toch richting Salt Lake City rijden.

De sheriff van Madison County die in de lege ontvangsthal bij wijze van bewaking zijn avondprakkie zat op te eten, wist nog wel een gratis camping een eindje buiten de stad, aan een rivier: Beaver Dick Park. Seriously, no kidding.
Desgevraagd meldde hij dat het veilig was - ik zag onszelf al compleet leeggeroofd worden die nacht - want de deputy reed vannacht sowieso nog 2 keer een ronde over de campground.

Semi-gerustgesteld togen wij weer het pikkedonker in. Op zoek naar de camping.
Gelukkig was het immer geradeaus. En ik moet u zeggen: in het donker zoeken naar een parkeerplek voor een camper van 13 feet hoog en 30 feet lang op een recreatieplek met bomen en een hobbelige ondergrond is geen sinecure.

We 'kwakten' daarom de camper in de buurt van wat auto's en tentjes, deden een schietgebedje, zagen inderdaad de deputy een ronde over de camping maken en bouwden de boel weer om tot slaap-paradijs.

Twee uur s nachts: rust in de tent. Eh, camper.

Edit 4 juli:
Ook van deze dag een berg foto's.
Nee, niet van het bezoekje aan het ziekenhuis. Alhoewel we toen wel het fototoestel bij ons hadden, ramptoeristen dat we zijn.

zondag 27 juni 2010

Geyser Country

De camping waarop we stonden (Canyon Campground) vonden we maar zozo, en dus zijn we verkast. Verhuizen is sowieso wel handig in dit onmeunig grote park, wil je je niet het lep-lazerus (huh?) rijden tussen wildkijkplekken aan de ene kant en geisers aan de andere kant.

So, Madison Campground it is. Een volgende keer staan we hier weer, denken we: mooie ruime plekken tussen de kaarsrechte lodgepole pines.

De hele middag hebben we rondgewandeld bij de geisers en hot springs rond Old Faithful (prachtig hotel trouwens...).
We hadden mazzel: slechts 3 kwartier nadat we kwamen, barstte Old Faithful uit. Wel grappig: de tijd die het duurt voor een uitbarsting is omgekeerd recht evenredig met het aantal wachtende toeschouwers.

En daarna weer mazzel: nét toen we langs Grand Geyser liepen, begon ook deze enorm te spuiten. Wat een mooi gezicht!
En dan de hot springs, met al hun mooie kleuren, fel blauw tot dieporanje en alles wat er tussen zit. David en Danaë keken hun ogen uit bij al het geborrel en gestoom!

Geisers, ik kan er uren naar kijken. We gaan vast nog een keer terug naar Yellowstone, want het is hier prachtig!

Edit 3 juli 2010:
Pictures...

zaterdag 26 juni 2010

The Gathering of the Buffalo

Weet u wat u minstens een keer in uw leven gedaan moet hebben?
In de avondschemering met je camper (of je auto, maakt voor 't effect niet zoveel uit, denk ik) in een buffalo-jam van pak 'm beet 300 dieren staan.
Echt, ik kan het u aanraden.

Zeker na een vruchteloze verrekijker-sessie om een beer te ontwaren op de heuvels. En een even vruchteloze ronde van de noord-loop in Yellowstone door bear-country. (Sinds vandaag zijn er volgens ons geen beren in Yellowstone; mensen die dat wel beweren, die zeggen maar wat... Een hele dag een bear-quest gehouden, maar nul-nada-noppes-niks).

In Yellowstone wemelt het namelijk van de buffalo (bison). Bij de eerste buffalo stop je nog juichend, spring je uit je auto en probeer je op gepaste afstand wat foto's te maken van deze ogenschijnlijk koddige joekels van beesten.

Bij de tiende buffalo die je binnen een half uur passeert is het enthousiasme wat tanende.
En al gauw vind je de aanwezigheid van deze beesten op of langs de weg of parkeerplaats min of meer 'normaal'.

Maar.... mensen mensen, de aanblik van een Gi.Gan.Tische kudde bisons is waanzinnig gaaf.
Eerst zie je ze als donkere stipjes tegen de heuvels geplakt. Dan bedenk je dat dit wel heul erg veul donkere stipjes zijn. En even later - als je wat dichterbij gereden bent - zie je dat het heeeeeel erg veeeel bisons zijn.
Als in Ontzettend Veel.
Dat vinden andere mensen ook, en daarom hebben ze hun auto's half langs de kant van de weg geparkeerd.

Plotseling bedenkt de kudde bisons dat ze graag naar de overkant van de rivier willen. Want het gras is daar - zoals u weet - namelijk veel groener.
Om aan de overkant van de rivier te komen, moeten ze eerst de weg oversteken. Dat maakt ze niet heel veel uit.
Ze lopen op hun dooie akkertje de weg op. En gaan dan stil staan. Midden op de weg. Een beetje herkauwen. Of een beetje vechten. Of gewoon doen alsof ze een standbeeld zijn.

Er omheen rijden kan niet, want de weg is niet zo breed, en bovendien komen er steeds meer bisons die de overkant willen halen. Grote, kleine. En hele kleine, gloednieuwe, die achter hun moeder aan trippelen.

En dus sta je stil - net als alle auto's voor en achter je, inmiddels zo'n 50 - en laat je de kudde grommend en brommend aan je voorbij trekken, zó vlak voor je auto langs, het gras weer in. Op naar de rivier. En dan steken ze met z'n allen de rivier over.

Echt, het leek wel een live-aflevering van National Geographic waar we in zaten.
En ik zeg u: P.Rachtig. Heus!

Edit 3 juli 2010:
Foto's. Van Buffalo, helaas niet van beren. Want die zagen we dus niet...

vrijdag 25 juni 2010

Naar Yellowstone

Het is zo ver. Het laatste park op deze reis. Yellowstone.
Jammer, maar aan de andere kant hebben we ook ontzettend naar dit park uitgekeken. We hopen dat het net zo mooi en indrukwekkend is als men zegt dat het is.

Eerst nog even een junior ranger badge gescoord in Grand Teton, daarna een uur geinvesteerd in het vinden van propaangas omdat die bijna op is. En 's ochtends is het zo koud dat we de kachel echt even aan moeten doen om te ontdooien.Zonder gas zitten lijkt ons dus niets, en daarom moeten we het park helemaal uitrijden, naar een RV Park dat wel propaangas verkoopt.
Wanneer we propaan tanken, moet iedereen de camper uit. Safety First is een adagium dat hoog in het vaandel staat in dit land. De propaantank-meneer neemt zelf ook allerlei voorzorgsmaatregelen: handschoenen en iets dat lijkt op een lasmasker.

Daarna langzaam op weg naar Yellowstone. Langzaam omdat we graag nog een eland en nog beren willen zien.
Van de beren op de weg is het niet gekomen. maar gelukkig zagen we nog wel een eland met kleintje de weg oversteken.

In Yellowstone voor het eerst kennis gemaakt met de geisers; het is mooi maar stinkt behoorlijk. West Geyser Basin gezien en daar gepicknickt. Daarna door naar Mud Volcanoe: prachtig mooi, close encounter met buffalo op de parkeerplaats, en ook daar stinkt het weer naar zwafel.

In Haydenvalley nog een kudde elk bestudeerd in de hoop op een mogelijke ontmoeting met een grizzley beer (die was 3 kwartier ervoor nog gezien). Maar helaas. Wat beren betreft zit het ons niet mee vandaag.

Door naar de camping. De camping ligt op een aantal heuvels, met best kleine plaatsen en een hoop dennenbomen. We vinden m niet zo leuk, en besluiten dat 2 nachten hier vast genoeg is. Dan kunnen we ook aan de andere kant van Yellowstone nog kamperen.

Edit 3 juli 2010:
Echt, geisers en hot springs zijn prachtig. Zie voor uzelve...

donderdag 24 juni 2010

Aan de wandel: van een boottocht en eerste stapjes

Koud was het vannacht: het heeft zelfs licht gevroren! Gelukkig hebben we een extra deken gekocht en lange mouwen pyama's en een winterslaapzak meegenomen, zodat we toch nog warm blijven 's nachts.

Al gauw liep de temperatuur weer op, de zon scheen en de bergen waren prachtig te zien.
Een mooie dag voor een wandeling naar een waterval en Inspiration Point, met mooi uitzicht over de vallei.
Helemaal leuk was het boottochtje ernaar toe, over Jenny Lake. David deed weer goed zijn best met klimmen.

Na de wandeling geborreld bij een picnicplek bij String Lake. En daar deed Danaë haar eerste stapjes los! Gillend van spannendheid en breed lachend.
Wie weet doet ze de volgende wandeling gewoon zelf en niet gezeten in een rugdrager. Is voor Huisgenoot misschien ook wel fijn!

Edit 23 juli 2010:
Foto's. U wilt foto's. Van de eerste stapjes.
En die hebben we dus niet. Die staan in ons geheugen gegrift.
En voor al het andere van die dag, hadden we onze digitale makker.
Zie hier:

dinsdag 22 juni 2010

Van Elk en Buffalo

Eerst boodschappen doen in Jackson; wat een leuk stadje is dat toch.
Mooie houten gevels en veranda's als stoep. Beetje western-achtig.

Dan gauw op zoek naar een campingplekje in het park: we hebben geluk, op Signal Mountain campground is nog plek. Daar wilden we graag staan omdat het niet zo groot is, en redelijk dichtbij Jenny Lake, waar we morgen willen gaan wandelen.

's Middags een rondtocht langs uitkijkpunten gemaakt. Eens kijken of we wild konden spotten.
En jawel hoor: een kudde elk (herten) was aan het grazen en even later kwamen we vlak langs de weg bisons tegen. Wat een grote imposante beesten, zo van dichtbij.

Edit 3 juli 2010:
Bewijs, foto's, wilt u.
Want we hebben ze écht, gezien. Heus.


Daarna door naar Jackson Hole (of weer terug, zo u wilt) want om 18 uur was een 'shootout' op straat: een soort toneelstukje van cowboys en sheriffs en can-can-girls met schieten en wat indianen. David vond het erg spannend, vooral het schieten (erg nep natuurlijk).
Danaë schrok zich bij het eerste schot helemaal rot van de knal en barstte in huilen uit. Bij de 2e knal raakte ze in paniek en is ze met Huisgenoot ergens anders heen gegaan.

Nog vol van 'poeh... poeh' (zal wel Daniaans voor Pang Pang zijn), gingen we eten in een steakrestaurant.
Ik at mijn eerste (en mijn laatste) buffalo-burger. Beetje taai, die buffalo...

maandag 21 juni 2010

Eindelijk, Grand Teton

Met een omweg - via de dropoff point in Draper bij Salt Lake City, want wc lijkt schoon water te lekken in de badkamer - in 5 en een half uur naar Jackson gereden.
Een lange lange weg door bergen en 'heuvels' vol ranches met paarden en koeien. Wyoming is het land van de cowboys, ze dragen op het platteland echte leren overbroeken met wijde pijpen - net als in de film.

De camping in Jackson is vol; wat wil je als je rond half 7 's avonds pas aankomt. En dus staan we op de duurste camping ever - 80 dollar voor een fullhookup plek met wifi - in Teton Village, buiten Jackson.
Wel leuk, aan een klein riviertje, David helemaal blij.

Edit 3 juli 2010:
Foto's. Dus:

zondag 20 juni 2010

Midway in Midway

Daar staan we dan.
Halverwege Grand Teton National Park.
In Midway. Echt. Zo heet het hier.

Beekgeruis op de achtergrond.
En uitzicht op groene bergen, met in de verte de toppen nog bedekt met sneeuw. Weer eens wat anders.
Wel prettig, vind ik persoonlijk; ik was kennelijk toe aan een change of views na 2 weken rood, oranje, geel, roze, bruin en witte gesteente.

Canyonlands National Park hebben we dus ongezien achtergelaten in Moab; maar echt spijt hebben we er niet van. Gemaakte plannen zijn er immers om aangepast te worden.

Edit 3 juli 2010:
Foto's, niet veel. Maar ze waren er toch:


We hebben een plekje gevonden in Wasatch Mountain State Park; een mooi natuurpark met hele ruime plaatsen en lekker rustig. Een verademing na 2 nachten hutje mutje in Moab.
Wel jammer, ik ben vergeten foto's van de vorige camping te maken. Dus u moet mij maar op mijn woorden geloven.
Overigens zouden we een volgende keer in Moab wel weer op de Canyonlands RV Park gaan staan: deze ligt midden in de stad met een grocerystore én een Starbucks op loopafstand. De Starbucksen zijn dunner gezaaid dan we dachten, en we misten de afgelopen weken toch wel een heerlijke kop koffie. Andere campings staan ruim buiten de stad en hebben soms minder schaduw dan dat deze had.

Wist u trouwens dat in 2002 een hoop onderdelen van de Olympische winterspelen hier in Wasatch plaatsvonden?
Nee? Wij eigenlijk ook niet. Maar t is een leuk feitje, dacht ik zo.

Ahwel.
Morgen gaan we weer verder, naar Jackson (Hole, volgens mij moet dat er toch wel bij) in Wyoming, vlak bij het Grand Teton park. Dan zullen we échte bergen zien.
We hebben er zin in!

Arches National Park

Tjeemig mensen...
Valt niet mee hoor, een reisverslag bijhouden als je niet regelmatig over internet beschikt. 4 dagen in 1 avond bijwerken mét foto's is bijna niet te doen...
Voor vandaag dus wel een kort verslag, maar helaas zonder foto's.

Wat deden we vandaag?
We gingen naar Arches National Park.

Was 't mooi?
Ja, best wel.
Het is vooral een rij-park. Dus in je campertje allerlei viewpoints afrijden en afentoe een wandelingetje maken.
Op zich aardig, maar we vinden Arches niet het allermooiste park dat we deze reis hebben gezien. Kan natuurlijk ook niet, sommige parken spreken ons nu eenmaal meer aan dan andere.

Wel imposant, hoe die bogen in de loop der miljoenen jaren zijn ontstaan door weer en wind en geologische ingewikkeldheden.
Wij zijn vandaag ook gezandstraald: het waaide nogal hard, en ook Arches is een soort woestijn-achtig landschap. En daar heb je zand. Rood zand in dit geval. En het zit zo ongeveer in alle gaten die een mens hebben kan.
Maar het was weer een prachtige dag!

De camping heeft nu overigens definitief afgedaan: bij thuiskomst bleek ons tafelkleed inclusief vasthoud-klipjes van de picknicktafel gejat...
Slechts 8 dollar bij elkaar, maar toch. Wie doet dat nou?

Morgen gaan we dus gauw weer verder op reis.
We rijden in 2 dagen naar Jackson, Wyoming. Da's dan vlak in de buurt van Grand Teton National Park.
We gaan alle rode aarde en bijzondere steenformaties verruilen voor een wat meer groener bergachtig landschap.
En hele warme temperaturen voor wat koelere: 's nachts vriest het nog gewoon en overdag een graad of 15. We zijn benieuwd!

Oja, waarschijnlijk hebben we de komende tijd geen internet meer, totdat we naar huis gaan. Lang leve de primitieve campgrounds met rust en ruimte om ons heen.
Maar, gelukkig kan ik loggen met terugwerkende kracht!

Toedeloe!

Edit 3 juli 2010:
Kijk, 't is duidelijk. U zit gewoon op de foto's te wachten.
Komt-ie dan.

Hoe je in Goblin Valley een rozijntje wordt en in Moab belandt

Weet u... Het weer is al dagen prima. Wel behoorlijk warm (rond de 30 graden of meer), maar daar gaat het niet om. Daar wen je namelijk aan.
Waar we namelijk maar niet aan wennen - of liever gezegd, ons vel - is de droogte. Het is namelijk zo waanzinnig droog dat ondanks veelvuldig smeren (anti-zonnebrand factor 50, voor minder doen we het niet) onze velletje aanvoelen als schuurpapier.

Vandaag vertrokken we met een beetje pijn in het hart van de fantastische camping in Fruita (toepasselijk niet, zo tussen de boomgaarden). Op weg naar Moab.
Nu is rijden nooit zo'n probleem: wegen zijn rustig, breed, mensen rijden ook rustig. Dus niets aan het handje.
Maar vandaag waren de wegen wel heul erg recht en heul erg lang... En dan wordt het een beetje saaaaai. Ik bedoel: woestijnlandschap kennen we inmiddels in diverse soorten en kleuren. Het is nog steeds mooi. Maar als het ook heel erg warm is, en de rest van de passagiers een dutje doet, dan is het voor de bestuurder ook moeilijk om zijn ogen open te houden wanneer er kilometers woestijnvegetatie met hier en daar een rotspartij voorbijtrekken.

Gelukkig hadden we een stop in Goblin Valley State Park ingepland, zodat Huisgenoot toch nog even aan het stuur mocht draaien.
En tjeemienee mensen, wat was het daar droog. En warm ook, maar er stond een windje, dus het was best uit te houden.
Maar dróóg... Van dat je uitstapt, en dat je jezelf acuut een rozijntje voelt worden.
Alle vocht die we in ons hadden, verdampte meteen. Er viel bijna niet tegenop te drinken...

Enniewee, Goblin Valley dus.
Een interessant fenomeen weer, dat wel. Kobolt-achtige zandsteen-formaties die nergens anders ter wereld (dacht ik te hebben onthouden) te vinden zijn.
En je mag er zo maar tussendoor lopen. Leuk, vond David dat.  Hij zag allerlei bijzondere vormen en figuren. Maar vond het vooral Heel Erg Warm. En wij ook.
Dus na drie kwartier dwalen tussen de goblins - op min of meer het heetst van de dag... - hielden wij het voor gezien en aten onze lunch op de overdekte picknickplaats van het park.

Op onze terugweg spotten we zo maar nog wat pronghorn antilopen.
Prachtige beesten die het heel fijn vinden in woestijn-achtige gebieden. Gelukkig maar voor ze, want wij houden van iets vochtiger oorden, geloof ik
Heel in de verte zagen we, oh joy, een moeder met jong. Beebie, riep Danaë opgetogen vanaf de bank.

Daarna reden we weer heel saai en recht verder naar Moab. En moesten we even ontzettend slikken bij het zien van dit stadje: toeristisch, niet echt gezellig (voor zover Amerikaanse stadjes en dorpjes dat kunnen zijn, maar misschien zijn we net in de verkeerde stadjes en dorpjes geweest...).
En dan de camping... Canyonlands RV Park. Het komt in de buurt van de camping in Bakersfield, maar heeft nog net een tikkie meer sfeer. Gigantisch touringcar-formaat achtige RV's staan hier, hutje mutje op elkaar.

Eigenlijk zouden we hier 3 nachten staan, maar als snel besloten we dat we deze plek na 2 nachten voor gezien houden en dat we iets eerder dan gepland naar het Noorden trekken. Naar hopelijk iets fijnere campgrounds.
Een voordeel: deze camping heeft gratis WiFi. Dat dan weer wel...
En een grote winkel op loopafstand. Dat is ook wel eens fijn.

vrijdag 18 juni 2010

Vooral buiten eten en een scenic drive

Wauw, wauw, wauw! Wat is de Waterpocketfold (en het hele park Capitol Reef) toch mooi! Zulke prachtige hoogoprijzende steenformaties waar je miljoenen jaren geologie zó open en bloot terug ziet. Een prachtige scenic drive door het park maakten we vandaag. Vanwege een waarschuwing voor voertuigen langer dan 27 ft durfden we de canyons niet in - bang dat we de camper niet konden draaien -, dus daarvoor moeten we nog een keertje terug zonder camper... Ach, wat een straf.

Terwijl Danaë een tukkie deed in de camper, gingen David en ik ons vermaken bij de ranger in het Ripple Rock Nature Center, een soort natuurspeel-leer-plek voor kinderen. En en passant scoorde hij weer een Junior Ranger badge erbij.

Eten deden we vandaag vooral in de openlucht: ontbijtje met gehaalde koffie (echt, dat missen we nog het meeste) en overheerlijke donuts bij een uitzichtspunt.
Lunchen op de picknickplek in het park en avondeten buiten bij onze kampeertafel. Met boven de bbq geroosterde marshmellows toe. David en Danaë (en ik) lusten er wel pap van; aan Huisgenoot zijn deze dingen niet besteed. Hij roostert liever worstjes... Prima taakverdeling, al zeg ik het zelf. Tijdens ons diner kwamen de reeën even een kijkje nemen.

De dag in foto's:

donderdag 17 juni 2010

Van een prachtige tocht en ultieme mazzel

Edit 19 juni 2010:
Tja, het nadeel van 'achteraf' loggen is dat je heel diep moet nadenken wat we ook al weer op die dag deden. Tenminste, ik wel.
Dus: lekker kort verhaaltje, u zult het moeten doen met de foto's.

Vandaag was het weer 'tijd' om te verkassen: van Bryce via de Scenic Byway naar Capitol Reef National Park.
En mensen, wat een prachtige tocht was dat!
We vielen van de ene in de andere verbazing over het bijzondere landschap dat zich aan ons voorbij trok. Veel slickrock (het pannenkoeken-gebergte, waar ik eerder over schreef), en zelfs een 'berg-die-er-helemaal-niet-uitzag-als-berg' van 9600 feet (zo'n 3000 meter hoog).

Het Kodachrome Basin State Park lag met een kleine omweg min of meer op onze route, dus daar zijn we ook nog 'even' langs geweest. Een mooie bordjes-wandeling en prachtige - soms wat dubieuze - steenformaties in diverse kleuren.
En halverwege de route een heerlijke lunchstop bij de Kiva Koffeehouse. Een aanrader, mocht u daar ooit in de buurt komen.

En ultieme mazzel hadden we met het vinden van een campingplekje: de allerlaatste plaats op de first-come first-served campground van Capitol Reef National Park. Dé camping waar we graag wilden staan!

Een prachtige camping, gelegen midden tussen de boomgaarden van de Mormoonse pioniers die hier tot 1965 nog leefden. Jammer genoeg is het oogstseizoen nog niet begonnen, anders hadden we ons eigen fruit van de bomen mogen plukken...
We kamperen eigenlijk in een soort openlucht museum, met oude schuren, huizen en stallen vol spullen 'van lang geleden'. En, on top of all that, scharrelen er ook afentoe nog reeën over de camping.

Oja. De foto's...

woensdag 16 juni 2010

Van een top-down-topprestatie

Man man man, wat was het koud vannacht: 9 graden was het in de camper vanochtend. Om 6 uur...
Toen werd Danaë wakker van de kou en wilde bij ons in bed ook niet echt meer slapen.
Wij hadden het ook heel koud, tel daar bij op een woelend kind, en dus kwam er van slapen niet veel meer.
David lag diepgevroren in zijn cabover-bed, die we overigens met een kussen onder het buitenste deel van het matras hebben opgehoogd om zo een 'dam' op te werpen om te voorkomen dat-ie uit bed lazert; werkt tot nu prima. *klopt het even af*


Toen we allemaal ontdooid waren, gingen we uit wandelen vandaag. Het weer: prachtig, blauwe lucht en zo'n 23-24 graden.
En David heeft daarbij werkelijk een topprestatie geleverd! Echt, heel erg goed!

We liepen namelijk de Queen's Garden Trail gecombineerd met de Navajoloop-Trail.
In deze volgorde ook. Eigenlijk hadden we 'm andersom moeten lopen - want je gaat eerst heel erg naar beneden en dan weer omhoog... - , aangezien de Queen's Garden een 'relatief' makkelijke route de canyon in is (lees: niet zo super steil). De Navajo-Trail gaat juist behoorlijk steil de canyon in.

Maar we dachten dat de Navajoloop dicht zou zijn ivm steenval. Dat bleek eenmaal beneden in de canyon niet zo te zijn, en dus besloten we terplekke onze wandeling te verlengen. En dus de steile route naar boven te lopen...

David heeft de hele wandeling zelf gelopen. Kon ook niet anders, maar hij heeft niet veel gemopperd.
Onderweg kreeg hij (en ook Huisgenoot, want die had Danaë op zijn rug) veel complimentjes van Amerikanen en Nederlanders die we tegenkwamen. En omdat hij zo goed zijn best heeft gedaan vandaag, mocht hij - eindelijk - zijn Mack-truck van Cars in ontvangst nemen vanmiddag.

In de Wal-Mart is namelijk een groot assortiment van Cars-auto's verkrijgbaar die we in Nederland zelden of nooit zien. Lekkerbekkend begeeft hij zich iedere keer naar de speelgoed-afdeling om te bedenken welke auto's hij nog wil hebben, haha. En deze Mack-truck hadden we al bijna een week in ons bezit, maar hij moest 'm eerst 'verdienen'. Deze wandelprestatie vonden we wel een goede 'occasion'.

's Avonds heerlijk ons buikje rond gegeten bij Ruby's Inn Dinner: Danaë en ik van het buffet, en Huisgenoot een gigantische rib-eye. Formaat 'halve-koe-op-je-bord'. David liet zich de Amerikaanse (kleffe) panpizza goed smaken.

Foto's van gister en vandaag houdt u nog te goed...

Edit 19 juni: de foto's...

dinsdag 15 juni 2010

Op naar Bryce Canyon

We moesten echt onmeunig vroeg op vanochtend, want de weg naar Bryce via de East Enterance zou uiterlijk om 9 uur 's ochtends gesloten worden vanwege wegwerkzaamheden. Omdat men nogal veel verkeer verwachtte, was de tip dat we reeds om 8 uur bij de tunnel moesten zijn.
En dus stonden we vroeg naast ons bed. Het ontbijt sloegen we over, want we bedachten dat we - nu het toch mooi weer was - wel in het gekke landschap achter de tunnels konden ontbijten. (Dat we op de heenweg zo mooi vonden).


Zo gezegd, zo gedaan. En dus zaten we om 8.15 uur uitgebreid te ontbijten met een fantastisch uitzicht. En zagen we hoe een cactusbloem langzaam in de opkomende zon open ging.

Daarna gauw verder. Slechts anderhalf uur rijden later, reden we de camping van Ruby's Inn al op.
Een nieuw soort camping: geen lappen asfalt, behoorlijk bossig, maar toch niet in een natuurpark gelegen. En enórm grote campers zie je hier.

We tellen hier niet echt mee, met onze 30 feet-unit zonder slide-outs.
Een beetje camper heeft hier minstens 2, zo niet 3 slide-outs (een uitschuifsysteem waarmee je je woon- of slaapkamer naar zo'n 50-75 cm naar buiten schuift).
Of je hebt geen camper met een bed boven de stuurcabine, maar een camper formaat-serieuze-touringcar. Weet u niet wat ik bedoel, kijk dan eens deze film: 'Meet the Fockers', en u weet wat voor 'n dingen hier op de campground staan.

Sowieso neem je je auto mee, als je met de camper op vakantie gaat. En die doe je dan als 'bumper-klevende-aanhangwagen' achter je camper als je gaat 'verhuizen'.
Of je neemt je quad en je motor mee op vakantie. En die doe je dan in de achterkant van je camper, die je als een soort laadklep kunt laten zakken.
Echt, wij hebben een soort ieniemienie-camper vergeleken met bovenstaande apparaten.

Enniewee.
Bryce Canyon National Park. Daar zijn we nu dus.

En dat ligt dan wel ontzettend dicht bij Zion (anderhalf uur rijden slechts), maar het is een totaal ander park, zo zagen we in onze uitzichtpuntentour van 's middags. Heel wonderlijke hoodoos (zo heten de stalagniet-achtige pilaren in oranje en wit). Prachtig!

Morgen deze pilaren maar eens van de onderkant bekijken: we gaan wandelen.

zondag 13 juni 2010

Dagje Zion

Goed. Zion National Park dus.
Het is vooral een wandelpark. Als we geen kinderen hadden gehad, hadden we ons helemaal gek kunnen lopen op allerlei mooie, maar lange en steile, wandelroutes de rotsen in/op.

Maar, zoals u weet, hebben we dus 2 kinderen waarvan er eentje (nog steeds) niet loopt. En dus deden wij vandaag de Riverside Walk. Een anderhalve kilometer heen en anderhalve kilometer weer terug over hetzelfde pad, langs de Virgin rivier.

Op zich mooi, en we zagen weer heel wat eekhoorns en mooie bloemetjes. Maar het was vooral een druk wandelpad, want iedere bejaarde die dit park bezoekt en nog enigszins ter been is, 'doet' deze wandeling.
Wat zeg ik, ook met rolstoel is dit pad prima te doen.

David rende het hele pad 3x heen en weer. Een aantal keer werd ons gevraagd of we 'm wel genoeg beweging gaven, omdat-ie zo heen en weer aan het rennen was.

Wijzelf vonden m enigszins teleurstellend, vanwege de viele Leute.
Dus, óp naar de Weeping Rocks. Een zandsteen-fenomeen waar water maar liefst 1200 jaar over doet, voordat het uit de rotsen druppelt, en zo zorgt voor een prachtige hangende tuin.
Het pad ernaar toe was geplaveid, heel steil en heel kort. Danaë vond het water dat naar beneden drupte, zó op haar hoofd en jas, maar zo-zo, en begon keihard te huilen. '

En dus besloten we een wat meer uitdagende wandeling te beginnen.
Totdat David het bordje van 'pas op voor afgrond als je je niet aan het paadje houdt' zag. En last kreeg van een acute weigering. (hij had natuurlijk ook al wel wat miles in zijn benen zitten, dus t was op zich voorstelbaar).
Huisgenoot had al een tijdje last van het loodzware pakketje dat hij op zijn rug droeg, dus na een aantal haarspeldbochten omhoog, besloten Huisgenoot en de kinderen weer af te dalen, en ging ik verder omhoog. Kijken of ik de Hidden Canyon kon vinden.

En mensen, prachtig hoor, wat een uitzicht!
Maar het loopt niet zo lekker 'rustig' als je weet dat de rest van de partij beneden op je zit te wachten. Zwoegend ploegde ik naar boven, en toen ik eenmaal om een hoekje kon kijken en allerlei glimmende klimkettingen zag hangen, ging mijn hart wel sneller kloppen. Dát was nog eens gaaf.

Maar ja, die hele Canyon was nog erg Hidden, en ik was al minstens een half uur onderweg. En als ik de mensen die terugkwamen een tijdje volgde, duurde het behoorlijk lang voordat ze weer om een andere hoek kwamen.
Dus ik besloot terug te gaan. Want het zou een beetje saai zijn als Huisgenoot en de kinderen braaf de hele middag op mij zouden moeten wachten.
De Hidden Canyon moet maar wachten op ons, als we hier nog een keer zijn met kinderen die goed kunnen wandelen, want het is vast een megaleuke wandeling.

Nouja. Lang verhaal kort: we lunchden heerlijk op het gras voor de Zion Lodge, aten nog een dikke ijs toe. Danaë palmde iedereen in, in de shuttlebus, op het gras, op het wandelpad. She's gorgeous, volgens de Amerikanen. En ook wel Big. Hhhmnja. Can't help it.

Als ze nu een kindje van haar leeftijd voorbij ziet lopen, dan wil ze zelf ook lopen. Aan de twee handen loopt ze steeds steviger, en als ze het niet doorheeft, loopt ze ook wel aan een hand. Maar ze speelt nog altijd op safe.
David maakte in no-time nieuwe vriendjes op hetzelfde grasveld: tikkertje spelen is overal hetzelfde, en hij stelde zich netjes voor, zei de Amerikaanse moeder van de jongetjes waarmee hij aan het rennen was: 'Hello, my name is David'.

Toen was de middag alweer om en gingen we terug naar de camper.
Kinderen weer eens op 'normale' tijd in bed gestopt, want morgen vroeg op: er zijn weg werkzaamheden bij het eerste deel van de supermooie route waarlangs we heen gingen, en als we niet voor 9-en bij de tunnel zijn, dan moeten we mijlenver omrijden. En daar hebben we dus geen zin in. Nee.

Dus: toedeloe.
Ohja, u wilt natuurlijk nog even foto's kijken. Ga gerust uw gang.

zaterdag 12 juni 2010

Op weg naar Zion National Park

En door naar Zion National Park, gaat de reis vandaag.

Vanochtend eerst nog even de Glen Canyon Dam bij Page bezocht.
Een stuwdam á la de Hooverdam die ervoor zorgt dat Lake Powell vol water blijft staan. Alhoewel, vol... In 20 jaar tijd is het waterpeil van het meer flink gedaald, met boot-in-het-water-leg-plaatsen op nu heel onlogische plekken in het landschap.

Bij het Visitor Center van de Glen Canyon Dam bleek David weer een Junior Ranger Badge te kunnen halen. En dus toog hij met zijn papa ijverig aan het werk om wat vragen over het meer en water in het algemeen te beantwoorden. Half uurtje later, hopsa: een nieuwe badge rijker. Hij heeft er nu drie!

Daarna gingen we echt op weg. En algauw passeerden we de stateline met Utah. Na California, Nevada, Arizona is dit staat nummer 4 die we deze reis aan doen.
Oh, en trouwens. Utah doet iets met Mountain Time. En dus is er nu opeens één heel uur afgesnoept van onze vakantie. De basterds.

Tussen milemarker 19 en 20 op de highway 89 maakten we een stop om de Toadstool Hoodoos te bekijken. Ondanks dreigend donkergrijze luchten waagden we toch de wandeling naar dit miljoenen jaar oude fenomeen. Bovenop dunne pilaren van zandsteen-achtigespul liggen grote platte stenen, die uit een recenter tijdperk stammen (even goed heel veel miljoen jaar geleden). Het maakt een wonderlijk landschap, wit kalkachtig zand met daarboven een laag roodachtig zandsteen.

David vond de Toadstool Hoodoo erg lijken op Wall-E. En hij vond het prachtig, wandelen over kleine en grote bergen, klauteren over stenen en springen over kleine beekjes die eigenlijk droog horen te zijn, maar vanwege een grote regenbui nog wat zompig waren.
Ja ehh, foto's.
Nou. Die staat op het interne geheugenkaartje van het fototoestel. Want ik was vergeten het kaartje uit de laptop te halen. En nu blijkt dat we niet het juiste snoertje bij ons hebben om ze over te zetten op de computer.
Maar t was mooi en bijzonder hoor. Echt.

Bij terugkomst in de camper gelunched (echt handig, altijd je huis bij je!), en daarna door naar Zion National Park. We reden over de Scenic Drive het oostingang van het park binnen, en mensen, het is daar zo vreeschlijck mooi dat de tranen mij ervan in de ogen sprongen. Werkelijk, prachtig.

Stel u voor:
Ronde rotsen, in rood, grijs en wit. Dus niet van die scherpe, of hoekige, maar zachte. En als u goed kijkt, zijn de rotsen niet echt rond, maar bestaan ze uit hele dunne lagen pannenkoek, die een soort van glooiend gedrapeerd zijn. En u weet, ik houd ontzettend van pannekoeken.
En dan kijkt u nog eens, en dan ontwaart u her en der, op die rotsen zó, ogenschijnlijk uit het niets, boompjes. Kleine boompjes. Her en der plukjes groen.

Nouja. Zoiets dus. Heel erg mooi.

En nu staan we hier dus - via een afdaling met de camper door een tunnel waarbij speciaal voor campers het verkeer wordt tegen gehouden, anders past het niet, en tig haarspeldbochten - op een camping in de vallei. De glooiende pannenkoek-rotsformaties zijn hier niet, want die bevinden zich bovenop de berg.

En het is hier trouwens behoorlijk ´frisjes´. Dat u het even weet.
Eigenlijk onzin dat ik dit zo opschijf, want u weet op ce moment lá helemaal niets. Nee. Want we hebben geen internet. Nahgoed.
Zo fris, dat we zelfs de pijpen aan onze afritsbroeken hebben geritst. En onze jassen buiten aan hebben. Zo fris dus.
Van dat we niet 's avonds - als de kinderen erin liggen - nog even lekker buiten kunnen zitten. Zo fris dus.
En dat ik nu - hoera - fijn in bed een filmpje op de laptop ga kijken. Zo fris.

Had ik al gezegd dat het hier fris was?
Ah. Juist.
Nou, daag.

Edit maandag 14 juni: de foto's. Niet van de Toadstoal Hoodoos dus, want die staan nog steeds op het interne geheugen...

vrijdag 11 juni 2010

Antelope Canyon & Horseshoe Bend

Mensen, mensen, wat hebben we weer wat moois gezien vandaag.

Antelope Canyon stond op het programma vandaag.
Een slot canyon die 'pas' in de jaren '70 ontdekt is, gelegen op Navajo Nation grond. Indianengrond dus. Dat betekent dat je extra geld moet betalen om überhaupt op die grond te mogen. En dan heb je nog geen canyon gezien.
Maar ja, we waren er toch, en dus gooiden we er nog maar extra dollars tegenaan, want we wilden natuurlijk wel naar binnnen.

Met jeeps - David vond het net Mario Kart - reed een indiaan ons door een droge zandbedding van een rivier in een kwartiertje naar de ingang van de canyon. Een heel hobbelig ritje, maar hartstikke leuk. David vond het net Mario Kart, haha.

Eenmaal binnen: prachtig, fantastisch etc. Ik kan niet beschrijven hoe mooi het was. Het is het walhalla voor iedere (amateur)fotograaf, denk ik.
En omdat ik niet kan beschrijven hoe mooi het was, zal ik u vervelen met een enorme reeks foto's van de canyon.
Kijk, hier:

Nou goed. Een hoop foto's dus.

Na al deze natuurpracht reden we met camper en al naar het volgende fenomeen: de Horseshoe Bend.
Een wandeling over een zandheuvel heen, en toen nog een flink eind lopen naar een prachtige afgrond met zicht op een hoefijzervormige bocht in de rivier Colorado. Er stonden geen hekjes, dus we moesten erg uitkijken met onze dartel-David. Maar t ging allemaal prima, en hij hield keurig in de buurt van de afgrond onze hand vast.


Het regent nu overigens voor de verandering. In de woestijn ja. Dat kan kennelijk ook. En het was vandaag bewolkt. Dat u niet denkt dat wij hier de hele vakantie alleen maar mooi weer hebben. Zou natuurlijk wel leuk zijn.

Maar het vervelende van regen is dat daarmee ook onze Wifi-internetverbinding uit de lucht regent ofzo. Want behalve nul-telefonisch bereik, hebben we nu ook nul-komma-nul-internetverbinding.

Oja, mijn bijnaam deze vakantie is mevrouw van Tellingen. Omdat ik zoveel foto's maak, ja. En dus roept David, als ik weer eens van het pad afwijk of uit het zicht verdwijn als ik een mooi plantje of een rots zie, 'hé hé, mevrouw Telling, wat gaat u doen?'

Naar Lake Powell bij Page

Uiterst relaxed opgestaan, zelfs een beetje uitgeslapen. Want we hadden vandaag 'slechts' 2,5 uur rijden op het programma.

Mooie route, via de Desert View Drive langs de Grand Canyon. Persoonlijk vonden we dit stuk Grand Canyon mooier dan de stukken die we gister overdag hebben gezien, dus we zijn vaak gestopt. Heel diep in de verte konden we soms de Colorado rivier zien stromen, echt prachtig.

En daarna ging het door de Painted Desert, weer een heel ander soort woestijn dan de Mohave Desert. Prachtige kleuren, van diep glanzend zeehonden-grijs tot zalmroze en warmoranje. En heel glooiend ook, heel mooi en heel bijzonder.

We staan nu aan Lake Powell, een zeer schaduwloze camping met een fantastisch uitzicht over Lake Powell: blauw water met prachtig mooie rode/roze kliffen en her en der wat 'Monument Valley'-achtige rotsen/bergen. Vanuit ons camperraam hadden we eerste klas uitzicht op het kleurenspel bij de zonsondergang!

Oh, volgens mij is er - terwijl ik dit met een headlight op zit te tikken, t is namelijk pikkedonker hier - een beestje in mijn oor gekropen. Moet het er even uit-organiseren...
Foto's staan nog op het kaartje, dus die krijgt u een volgende keer. Maar volgens mij heeft u genoeg te kijken, vanaf de dag dat we naar Las Vegas zijn geweest.

*jeueueuk, jeuk jeuk, gaat nu gauw naar Huisgenoot want het beest is er duidelijk nog niet uit*

Ndaag!

Edit maandag 14 juni 2010: Jaaa, eindelijk weer internet... Dus: de foto's

donderdag 10 juni 2010

Grand Canyon

We kunnen het wel, vroeg opstaan: om half 7 ging de wekker vanochtend.
We moesten namelijk om 8 uur naar de bushalte lopen om op tijd te zijn voor het zoeken naar fossielen (onder begeleiding van een Ranger). Zonder Ranger Walk-aantekening namelijk dit keer geen Junior Ranger Badge, en dus gingen we met z'n allen mee met de Fossil Walk.

De Ranger legde heel duidelijk uit hoe fossielen ontstaan, en hoe de aardlagen van de Grand Canyon ontstaan zijn en wat voor fossielen je allemaal kunt vinden.
Daarna mochten we zelf zoeken naar fossielen. David vond er heel wat, en dus kreeg hij zijn felbegeerde handtekenning van de ranger.

Toen we 'uitgezocht' waren, wandelden we van uitkijkpunt naar uitkijkpunt langs de Rim. Mooie vergezichten, maar toch kregen we niet het gevoel 'er onderdeel van te zijn', zoals we dat in Yosemite wel hadden.
In Yosemite reden we door de vallei, en hier sta je aan de rand van een immense canyon, die zo waanzinnig groot is, dat je ontzettend veel moeite heb de verhoudingen en de menselijke maat in oog te houden. Omdat het zo warm is - in de canyon ook weer zo'n 43 graden - vonden we het niet verstandig om een stuk de canyon in te lopen. We moeten tenslotte ook weer omhoog...

David werkte hard aan zijn ranger opdrachten, en kon aan het einde van de ochtend bij het Visitor Center zijn 2e badge in ontvangst nemen.
Toch gek eigenlijk: hij kletst iedereen de oren van het hoofd, maar als hij tegenover een ranger staat, komt er geen woord meer uit. Misschien zal dat in het laatste Nationale Park wat we bezoeken wel anders zijn, want 'ik moet even wennen, mama' gaf meneer als uitleg. We zijn benieuwd...

Aan het begin van de middag waren we weer terug bij de camper: Danaë gaat lekker slapen, David gaat lekker spelen en wij relaxen heerlijk in de schaduw van de bomen. Boekje lezen, logjes schrijven, foto's uitzoeken, dat soort werk. Het is tenslotte toch gewoon vakantie.

's Avonds konden we nog fijn buiten zitten, met werkelijk een prachtige sterrenhemel. Zo fel en zo veel... Zonde eigenlijk dat we binnenslapen...

woensdag 9 juni 2010

Van Las Vegas naar de Grand Canyon

Vergeten de wekker aan te zetten.... Niet zo handig als je een lange reisdag voor de boeg hebt.
We worden pas om 8 uur uit onszelf wakker. Gauw douchen, ontbijten en aankleden om de reis naar de Grand Canyon te beginnen.

Verwachtingsvol rijden we via de Hooverdam.
Om daar overheen te mogen rijden, worden we onderworpen aan een serieuze security check.
Na de ondervraging over wie we zijn, waar we vandaan komen en waar we heen gaan, vraagt de security officer Huisgenoot om alle opbergkleppen van de camper open te maken om erin te kijken. We zouden tenslotte maar snode plannen hebben om de dam op te blazen...
Een andere officer komt de camper van binnenuit checken (ze volstaat met het openen van de wc/badkamer en werpt nog een blik in onze - opgeruimde - slaapkamer).

We worden goedgekeurd en mogen doorrijden.
De Hooverdam zelf vinden we eigenlijk maar heel klein (kort). Hij is wel heel diep aan één kant, maar we vinden het niet de moeite waard om de camper een eind verderop te parkeren en terug te lopen naar het Visitor Center. We hebben immers nog een hoop miles te gaan vandaag.

We maken een lunchstop halverwege, in Seligman. Een piepklein plaatje aan de oude Route 66. David kijkt z'n ogen uit: er stopt ook een tour van een heleboel jaren '50 en '60 auto's, ze zouden zo uit de film Cars weggereden kunnen zijn.

Rond een uur of 5 komen we aan op Mathercampground in Grand Canyon National Park. Een prachtige camping tussen de bomen, met ruime plaatsen en ook weer een fijne bbq-pit. Ik race op de fiets nog even snel naar het Visitor Center om het Junior Ranger Program voor David op te halen.
Huisgenoot maakt ondertussen wat te eten: hotdogs met sla. We willen namelijk nog even gauw de zonsondergang in de Grand Canyon meepikken.

Terwijl we zitten te eten, zien we plotseling 3 'elks' (ik denk dat dat edelherten zijn) voorbij lopen, knabbelend aan de blaadjes van de bomen. David is diep onder de indruk van de herten en hun prachtige geweien.

De zonsondergang bij de Canyon is ontzettend mooi, we zien langzaam de kleuren van de canyon veranderen. Echt, prachtig!

dinsdag 8 juni 2010

Las Vegas, harstikke cool

Edit donderdag 10 juni:
Ssst.
Als ik nu heel stil in een hoekje achter de camper buiten zit, heb ik Wifi-verbinding. Gelukkig is het aangenaam warm buiten. We kunnen niet bellen, want geen bereik met de telefoon... Maar internerden, dat kan dus wel... Gauw de verhalen van de laatste dagen online gooien.
Hoe was het ook al weer in Las Vegas?
Oja, een lange dag. En dus ook een heel lang verhaal.

En ook vandaag was het warm.
Als in Heel Warm. Als in 43 graden warm.
Gelukkig stond er wel wind. Maar dat voelt alsof je permanent door een hele hete föhn loopt. Na de 1e minuut is dat daarom ook niet heel lekker meer.

En dus - ook als het niet zo warm was geweest trouwens - gingen we naar de Strip met de shuttlebus vanaf de campground. Want in casino's is het namelijk lekker koel, zoals u wellicht weet, en dan is 43 graden best wel uit te houden...

We begonnen in Harrah's, halverwege de Strip. David keek z'n ogen uit, zoveel slotmachines er stonden te twinkelen en rinkelen. Ook Danaë was geïmponeerd door al het geluid en de lichtjes.
We moesten het hele casino doorlopen om op de Las Vegas Boulevard te komen. Buiten was het heel heet en dus maar gauw de Forum Shops van Ceasar's Palace in.

Wat een circus zeg, een beetje wannabe-klassieke oudheid-achtige gebouwen. Enorme fonteinen met Romeinse beelden erin, en eens per uur doen ze een light & sound show. Dan gaan de beelden bewegen en praten en komt er een hoop onweergeluiden (zal wel de 'onderwereld' zijn) en vioolmuziek bij kijken. We hebben één show bekeken, omdat we er toevallig in de buurt waren, maar David vond het wel heel erg eng en deed snel z'n oren dicht.

Wel mooi vonden zowel David als Danaë het grote vissenaquarium in hetzelfde winkelcentrum: tissies, tissies, awooow, roept Danaë dan heel enthousiast, en staat met haar neusje platgedrukt tegen het raam.

Daarna zijn we naar het Bellagio gegaan, een van de mooiste hotels/casino's volgens ons. Een prachtig plafond hebben ze bij de lobby gemaakt, en er was ook een mooie binnentuin met 'springend' water, tot groot vermaak van David en Danaë.

Danaë was ondertussen in de buggy in slaap gevallen. Oh so cute, volgens de Amerikanen.
Met een slapende Danaë hebben we op een snikhete Strip naar de fonteinenshow van de Bellagio-fountains gekeken: echt waanzinnig indrukwekkend en heel gaaf, zoals de fonteinen op de maat van de muziek spuiten. En dat, terwijl het nog niet eens de avondshow was... (dan doen ze er ook nog eens licht bij, hoe gaaf moet dat wel niet zijn!)

David's doel in Las Vegas was de Rainforest Café: in San Francisco hadden we er al even binnen gekeken, maar hij wilde graag in Las Vegas nog een keer daar kijken. En dus togen we over de Strip (aan de schaduwzijde...) naar de MGM Grand.

Aldaar hebben we ook nog even naar de echte leeuwen gekeken (jawel, die zijn daar in een - volgens de toelichting - state of the art verblijf, en de leeuwen zijn er 'slechts' max. 5,5 uur per dag en worden steeds 'vers' vanaf een ranch in de buurt af- en aangevoerd; alles voor de 'kijkcijfers', hahaha)
Te midden van (nep) apen, olifanten, cheeta's, papegaaien en afentoe een tropische regenbui hebben we heerlijk gegeten. David en Danaë keken hun ogen uit!

Daarna gingen we met de monorail (5 dollar voor een kaartje!!!) weer terug naar Harrah's, omdat we de Grand Canals van The Venetian nog wilden zien. Ja, als je er dan toch bent...
En tja, Italië in Las Vegas, het valt dan toch een beetje tegen. Als ze de Rialto-brug en de kanaaltjes met zingende gondeliers op een beperkt aantal vierkante meter willen proppen. Hier gold dus: been there, seen that, done that.

Nog even overwogen we de zonsondergang af te wachten voor alle lichtjes op de Strip, en in plaats van 20 uur de shutle van 21.30 uur terug naar de camping te nemen. Maar David was moe, had al heeeeeel veel gelopen, en onze hoofden tolden allemaal van alle indrukken. Terug naar de camper dus - waar we pas om 21 uur aan kwamen.

Terwijl we de camper klaarmaakten om te gaan slapen, hield opeens de airco ermee op.
En da's niet grappig mensen, als het 's avonds laat nog steeds 40 graden is. Huisgenoot probeerde nog wat met stoppen en andere electrieke dingen, maar het deed het gewoon niet.

Terwijl de temperatuur in de camper al snel steeg naar een verstikkende 37-38 graden, ging Huisgenoot bellen met het nood-nummer. Een half uur later kregen we de airco weer aan de praat en konden de kinderen weer naar bed (het was inmiddels 22.30 uur...). Gelukkig daalde temperatuur daarna weer naar meer acceptabele hoogte en konden we uitgeput van alle indrukken ons bed in.

Echt mensen, Las Vegas: hartstikke cool!

maandag 7 juni 2010

Warm, warmer, warmst en nóg warmer...

Ok.
Bakersfield is het dus echt niet. Dat wist u natuurlijk na gisteren al, maar nu weten we het zeker.

Ik zeg u: warm. De airco kon er met moeite tegenop. En dan die fucking treinen die ieder uur dwars door de camper kwamen gedenderd. En dat dóór het geluid van de airco heen.
Tel daarbij op een Danaë, die halverwege de nacht uit haar Deryan zweette en dus niet meer wilde slapen. Wel bij ons in bed. En dus sliep ik de rest van de nacht op een klein stukje bed, met mijn hoofd op het nachtkastje.

Edit 10.00 uur:
Nu rijden we richting Mojave desert, om naar Las Vegas te gaan.

Heel even overwogen we om via Death Valley te rijden. Maar er is een heath warning voor Death Valley: 49 graden. Dergelijke temperaturen, plus de extra anderhalf uur, met 2 kleine kindertjes, vonden we iets te risky. Dan nóg maar een keer naar Amerika op vakantie (hè gos, wat jammer, NOT)...

Edit 12.45 uur:
Net een stop gehad bij de Starbucks in Barstow, halverwege Las Vegas, na een rit van anderhalf uurdoor de Mojave Desert. Wat een bizar mooi landschap: dorre heuvels, met kleine bosjes 'struik', dor voor zover het oog reikt. En daar doorheen een langgerekte lap asfalt van de Interstate.

Bij het uitstappen uit de redelijk koele camper (hurray for airco), blies een hele warme föhnwind ons recht in het gezicht.
Geen idee hoe warm het was, maar t zal toch minstens een graad of 35-40 zijn. Ook in Las Vegas schijnt het abnormaal warm te zijn, dus we kunnen er maar beter alvast aan wennen.

Edit 15.30 uur:
Waaah, wat gaaf: met de camper over de strip gereden.
Het is net de Efteling, aldus David. En hij wil er graag morgen nog eens wat langer kijken.

Edit 16.00 uur:
Oh My God.
Wat is het hier waanzinnig warm. 110 graden Fahrenheit. Da's dus zo'n 42-43 graden. Echt niet te harden zo heet.
We staan op Sam's Town, een iets gezelligere camping dan gister, maar toch ook met bizar weinig schaduw. Omdat de plek naast ons leeg is, bakt onze camper in de volle zon. De hendel van de deur is zo vreselijk heet, dat het zeer doet als je 'm aan raakt. Volgens mij kun je écht een eitje bakken op de motorkap...
We gaan lekker het zwembad in met z'n 4-en, even 'afkoelen'.

Edit 23.00 uur:
Zo, de kinderen hebben voor het eerst kennis gemaakt met Sin City: we zijn met ze het casino van Sam's Town in geweest.
Wat een gekke bedoening eigenlijk, en ook best wel eenzaam, van die bejaarde Amerikanen achter die slot-machines. Nergens eigenlijk een jackpot horen rinkelen, dus Sam zal wel weer rijk geworden zijn, haha!

En eindelijk is het redelijk te harden in de camper: slechts 29 graden.
De kinderen liggen er net een uurtje in, en wij hopen nu ook een fijne nacht te hebben. In ieder geval geen treinen die nachtrust kunnen verstoren.