zaterdag 30 januari 2010

Met weinig woorden

t Is een gezellige meid hoor, die Danaë. Maar ondertussen wachten wij gespannen op haar eerste stapje woordje.
Waar David op dezelfde leeftijd al volzinnen ABN sprak een ruime duidelijke woordenschat had, wauwel-babbelt mevrouw op geheel eigen niveau. Een niveau dat we niet altijd kunnen volgen.

Een paar weken geleden leek het erop dat ze haar eerste woordje bezigde.
Eetuh, zei ze, toen we haar in de kinderstoel zetten. En ze at vervolgens in no-time haar bord leeg. As usual.

De volgende ochtend duurde het haar te lang voordat haar boterham geserveerd werd. Ze kroop kordaat naar de eettafel, stak haar hoofd om een tafelpoot en commandeerde, terwijl ik de boterhammen smeerde, Eetuh!
En daarna hebben we het in haar babbel-brij niet meer kunnen ontwaren. Tot zover het eerste woordje dus.

Op simpele vragen als Waar is mama? Waar is papa? heft ze al tijden schokschouderend haar handen in de lucht, en slaakt daarbij een diepe zucht.
Aanwijsspelletjes zijn niet aan haar besteed.
Maar als je vertelt dat ze bij papa een koekje/drinken/appel/iets te bikken kan halen, dan is ze er als de kippen bij.

Ze heeft ook niet veel woorden nodig.
Wanneer David te dicht in haar buurt komt, gaat ze heel hard en venijnig gillen. Een soort van volautomatisch inbraakalarm op haar persoonlijke ruimte, als het ware. Als vanzelf gaat-ie dan een fijn blokje om.
Tenzij hij een soepstengel komt brengen, of iets anders wat op voedsel lijkt. Dan wordt hij glunderend en met open armen ontvangen.

Heeft ze alle kaas van haar brood gegeten, en ziet ze nog wat van haar gading op andermans bord liggen, dan wijst mevrouw haar wijsvinger hardnekkig naar wat zij blieft. En trekt daarbij haar allerzieligste gezichtje zodat je bíjna gelooft dat ze echt nooit wat te eten krijgt.
Bijna, mensen, bij-na.

Sinds een paar dagen lijkt er wat te veranderen.
Mevrouw gebruikt woorden. Haar vocabulaire:

téésj + priemend vingertje = deze wil ik. En wel NU. En als je het niet snel komt brengen, dan ga ik huilen. Dus. Schiet maar op.
Ijte = Nijntje.
aa-p = aap. What else. Ze trekt er ook haar allertriomfantelijkste gezicht bij als ze het beest erbij aanwijst in een boek.
b-uh + handen tot schouderhoogte geheven = Boem. Het/Dikkie Dik/de auto/mijn beker/.... is gevallen. En ik kan er écht niets aan doen.

donderdag 21 januari 2010

28... (en 5 jaar ervaring)

Er zijn gekke manieren om wakker te worden en een brommende Turkse bamboestok is er vast één van. Denk ik althans.
En een brommende Turkse bamboestok die nog niet zo goed bij stem is - want 's ochtends veel te vroeg - is heel duidelijke manier om wakker te worden.

Langzalzeleven schorde Huisgenoot in mijn nog niet wakkere oor.
Giiiil, deed Dochter afgrijselijk hard en hoog, en liet zich kirrend achterover op mijn bed vallen.
Stommeldestommel-ikwilnietwakkerworden-oja-kadootjesuitpakken-maardatwilikwel, deed Zoon. En sprong op bed om zich naast zijn zusje te wurmen.

En toen viel het kwartje: vandaag ben ik 28.
Met 5 jaar ervaring.

woensdag 20 januari 2010

Goed gekeurd

Door de kinderfysiotherapeut. En het CB.

Om met het laatste te beginnen: ruim 12 kilo schoon aan de haak, die mevrouw van ons. En 81 centimeters...
Dat zijn getallen waar David - wat kilo's betreft - 2 jaar en 9 maanden voor nodig had om dat te bereiken, en niet ruim 15 maanden.
Maar, ze is echt niet te dik hoor, verzekerde de mevrouw van het CB ons nog eens extra. Haar lengte en gewicht passen goed bij elkaar, ze is gewoon groot. Aha. 'Gewoon groot', dus.

Nadat David voor alle zekerheid nog even aan de arts gevraagd had of die spuiten toevallig voor hem bedoeld waren, keek hij bewonderend toe hoe de dokter 2 spuiten in de bovenarmen van zijn zus jensde. Die vond dat niet zo leuk, en begon te huilen.
David snelde toe - bijkans met tranen in zijn ogen - en begon omzichtig zijn zus te troosten: Aaaach, Dana-eeee, het is al over hoorrrrr. Niet meer huilen hoor. Kom maar, ik zal je knuffen.
Goed. Dat was dat.
En toen voor de show nog even naar de kinderfysio. Om te laten zien dat ze goed vooruit gaat.
Kruipen gaat als een tierelier, heupen steeds rechter onder d’r bips.
Sinds een maandje kan mevrouw omrollen. OK. Beetje laat, met ruim 14 maanden pas. Maar beter laat dan nooit.
En sinds een week of 2 trekt ze zich op tot op haar knieën. En heel soms doet ze een poging om haar voeten erbij te gebruiken. Maar dat houden haar benen nog niet (nee, logisch met de 12 freaking kilo’s…).
Kortom: helemaal goedgekeurd.

Oh, u wenst een fotootje? ‘ns kijken.

Deze?


Samen grapjes maken, of knuffelen, dat is op het ogenblik erg hot.
Tot ze genoeg van elkaar hebben, en zij venijnig uithaalt met haar nageltjes en heel hard gaat gillen.
Of hij het speelgoed keihard uit haar handen grist.

Of deze?

Ze zijn lijken bijna even groot, ja.
Op commando lachen, daar doen we niet aan. Hysterisch, of stoïcijns. De keuze is aan u.

Oh, en dat ben ik ja, daar op de achtergrond.
Vanochtend gemaakt met de zelfontspanner - kijk hoe ontspannen - en met behulp van een uiterst handig dingetje: een gorillapod.
Ja, kijkt u maar eens hier. Weegt niets. En gaat dus mee naar de Joe Es of Ee.

Of deze. Onze sneeuwkoningin. Van toen er nog sneeuw lag...

maandag 11 januari 2010

Hoe je van een appeltaart iets kunt leren

Kijk. Ik kan dan wel niet koken, maar ik kan wel bakken.
Dacht ik.

Dus begon ik zaterdagmiddag, na het schaatsen en het pinda-rijgen voor een obligate pindaketting voor de vogels, aan een appeltaart. Greek style.
Net toen ik lekker op dreef was, vroeg Huisgenoot belangstellend naar hoe ik de rest van de avond zag.
En dan meer specifiek over wanneer ik had gedacht te eten. Want er moest nog - hoe verantwoord - zelf een pizza gebakken worden, en de appeltaart moest immers ruim een uur in de oven.

Okee, planningsfoutje. Geeft niets, ga ik vanavond wel verder, dacht ik. En zette de bak met appelpartjes, honing, kaneel, suiker en platgemepte walnootjes in de koelkast om een doe-het-zelf-pizza in elkaar te knutselen.

En toen verder hè. Om iets van 9 uur 's avonds. Eerst kinderen in bed, een beker koffie, even zitten, nog een beker koffie, dat soort werk.
Toen bleek dat ik geen bloem in huis had. Maar gelukkig nog wel een pak zelfrijzend bakmeel. Problem solved, dacht ik. En begon aan het opbouwwerk.

Maar toen hè. Toen kwam het leermomentje van de dag, zeg maar.
Want filodeeg, mensen. Uweetwel, die flinterdunne velletjes, enkelvoudig bladerdeeg, zoiets.
Dat moet een berelange tijd ontdooien en weer op kamertemperatuur komen. Als in 'in de koelkast minstens 10 uur (tien!!) ontdooien'. Of magnetronetisch ontdooien: 2-3 minuten, en dan nog 'een ruim half uur' laten rusten.

Yeh, right, dacht ik. Ik wil een appeltaart bakken. Vandaag nog. En gooide het pakje de magnetron in en negeerde heel efficient de halfuur wachttijd.
De velletjes filodeeg namen revange, en immiteerden koppig één grote plak bladerdeeg.

En toen dacht ik: to hell met de appeltaart morgen weer een nieuwe dag. En gooide het andere diepgevroren pakje filodeeg in de koelkast. Naast de bak met het appelmengsel en de bak met het deegmengsel.

Daarom stond ik zondagochtend flinterdunne velletjes filodeeg in mijn taartvorm te origamieën. Die zich na minstens 10 uur retraite in de koelkast en een kwartier kamertemperatuur-meditatie minzaam van elkaar lieten scheiden.

Afijn. t was een lekkere appeltaart. Die er voor de verandering ook nog eens bijna uitzag zoals op het plaatje.
Echt, ik kan nog wel iets.
Het duurt soms alleen even voordat ik het door heb.

donderdag 7 januari 2010

What a day, what a day...

Mèn, mèn, wat een dag, wat een dag.
Ken u dat? Dat je in 24 uur kennelijk zó efficient leeft, dat je aan het einde van de dag het idee hebt je dat 2 dagen hebt geleefd?

Ik zou een logje kunnen schrijven over nachtelijke kinderkots.
Of de wonderbaarlijke herijzenis van het kotsende kind bij het aanbreken van de dag, toen oma eenmaal haar intrede had gedaan.
Of over een glijpartij met een Fiat Pinda over een spekgladde weg. Die gelukkig goed afliep, maar allerminst plezierig was.

Of een logje over de heldendaden van de juffies van de creche.
Die vandaag wegens serieus brandalarm in sneltreinvaart alle kindjes uit het gebouw evacueerden. En het was echt, dat brandalarm mensen. Geen grapje.
Gelukkig bleek het een klein smeul-brandje, en mochten alle kindjes weer snel naar binnen van de brandweer.

Of over het allereerste ritje op de fiets van onze kleine grote mevrouw. Wild enthousiast was ze ervan, zeker toen we ook nog langs twee honden reden.

Maar nee. Dat doe ik niet.
Nee, want Wie Is de Mol begint nú.
Dus: dááág.

maandag 4 januari 2010

Vla

We eten dubbelvla. Niet zo heel vaak, maar nu dus wel.

Hè lekker, verzucht Huisgenoot hardop. Hoe zouden ze die vla nou maken?
David knippert met zijn ogen, is even stil en zegt dan Nee joh, dat máa-ken ze niet. Alsof Huisgenoot zich iets heel bizars afvraagt.
Oh?, echoën wij, gespannen over wat er nu gaat komen.
Nee-hee, legt-ie uit, op een toon alsof we zijn kleine zusje zijn aan wie hij iets voor de zoveelste keer probeert duidelijk te maken. Dat kóo-pen ze. Dat máken ze niet hoor. Dat kóo-pen ze, zegt-ie nog een keer nadrukkelijk. Voor het geval we nog twijfelen.

Dat er een fabriek is, die dubbelvla maakt, en dat er ook koeien voor nodig zijn, dát wil er bij hem niet in.
De vla wel. Die is in een wip op.

zondag 3 januari 2010

Men neme een hele grote koffer...

Na een dag of wat retraite onder de kerstboom, hakten we de knoop door.
We doen het. Echt. Niet. Wel. Niet. Wel. Echt. Niet Wel.

We doen het dus.
En we hebben er waanzinnig veel zin in.
En we vinden het ook een beetje spannend.

Maar goed. Waar gaan we dan heen? En wat gaan we dan zien?
Nou kijk. We beginnen in San Francisco.
Een paar dagen bijkomen van een jetlag sightseeing. Fietsen over de Golden Gate Bridge, in het Golden Gate Park. Zeeleeuwen kijken, en uiteraard ontzettend shoppen

Dan halen we de camper op, en gaan we naar Yosemite. Nu alleen nog even alvast een campingplek regelen.
Dat schijnt te moeten namelijk, volgens 'ingewijden'. Iets met dat alle camping-plaatsen binnen 15 minuten gereserveerd zijn vanaf het moment dat je ze - 5 freaking months van tevoren - online kunt reserveren. Nahgoed.
Huisgenoot zit dus op 15 januari om 16.00 uur sharp klaar om de mooiste campingplaats te claimen. En zo niet, dan hackt-ie de site.

Na de beren van Yosemite, rijden we via Death Valley door naar Las Vegas. De vakantie terugverdienen, inderdaad. En nog een keertje trouwen.

Dan gaan we door naar de Grand Canyon, en maken een stop bij Page en Lake Powell omdat we indianen en de Antelope Canyon willen bewonderen.
En dan - hop - door naar de parken Zion, Bryce, Capitol Reef en Arches. Ja, als je dan toch 'in de buurt bent'...

Vervolgens karren we een heul eind naar het Noorden. Want we gaan voor de bisons, beren en geisers van Grand Teton en Yellowstone. Maar dit alles niet nadat we de dino-botjes in de buurt van Vernal hebben bekeken.

En dan is de maand alweer om, en moeten we de camper inleveren in Salt Lake City.
Hoe zoiets er op de kaart uit ziet? Nou, ongeveer zo:



En ja, wij tellen de nachtjes al af... 146 om precies te zijn. *zucht*

vrijdag 1 januari 2010