zaterdag 30 mei 2009

Reistijd, bruidstaart en WOZ-waarde

Dat heeft natuurlijk niet veel met elkaar te maken. Behalve één ding. Ik móet er éven over zeuren. Heel even maar. Morgen weer gewoon gezellig. Want feest. En een BBQ. Wie wil dat nou niet? Inderdaad.

Maar goed. Die reistijd, bruidstaart en WOZ-waarde dus. Daar gaat-ie dan.

* begin klaagzang *

Welke muts bij P&O heeft bedacht dat per 1 september de extra reistijd voor mij om van huis in A. naar werk in Z. slechts 10 minuten bedraagt? En dat ik die hele weg in een luttele 22 minuten zou kunnen afleggen? Mocht ik willen…

Dat valt allemaal dus reuze mee, volgens de ANWB reisplanner die ze gebruikten. En dus geen compensatie van reistijd voor mij.

Hallo? Ooit gehoord van files?

En dan nog wat.
Hoe moeilijk is het om een juiste bestelling op te nemen, beste mensen van de bakker?
Bovenkantje bruidstaart, witte roosjes, groene blaadjes, en het belangrijkste: chipolatasmaak. Gewoon, net als ieder jaar. Eigenlijk gewoon dé taart die jullie 5 jaar geleden voor ons maakten.

En waarom, wáárom, eet ik dan nu een taart met suffe crème vulling? Die in 5 jaar tijd ook nog eens verdubbeld is in prijs.

En als ik dan toch bezig ben.
Waarom moeten wij binnen 6 weken bezwaar aantekenen tegen een torenhoge WOZ-waarde die bovendien gebaseerd is op verkeerde gegevens?
We hebben slechts één dakkapel, mensen van de gemeente. Geen twee. En ook geen ophoging van de nok. Da’s toch best goed te zien, lijkt me.
En waarom heeft de gemeente 7 maanden te tijd om te reageren? Zeven. Maanden… En wij al die tijd maar gewoon betalen hè. Nondeju.

* Einde klaagzang *

Hé fijn. Dat lucht op.
Dankuwel.

donderdag 28 mei 2009

Dubbel feest

Vandaag vieren wij vooral:


Maar toch ook een beetje:

woensdag 27 mei 2009

In de stijgbeugels

Na ruim anderhalve dag spreidbroek kunnen we stellen dat het tot nu toe mee valt. Afgezien van wat pieperigheid de eerste nacht, is Danaë nog steeds net zo vrolijk als ál die dagen daarvoor. En dat is fijn. Voor haar en voor ons.

Danaë lijkt zich zonder al te veel moeite te hebben aangepast aan de nieuwe stand van haar benen. Liggend op haar buik probeert ze meteen om te rollen. Dat gaat dus niet, maar het zou me niet verbazen als dat haar over een maandje wel lukt.

Ook David heeft de boel moeiteloos geaccepteerd, en trekt hier en daar nog wel eens plagerig aan haar been... Zij past onmiddellijk lijfstraffen toe en trekt wat haren uit zijn hoofd. Keiharde tante.

Wij moeten nog wel even wennen.
Zo puzzelen wij nog hoe het ding juist aan te trekken. Ondanks een stoomcursus van de instrumentknutselaar, gaat dat niet altijd goed.

Hè, wat zitten die stijgbeugels op een gekke plek. Daar krijg ik haar benen toch niet in? Hoe moest dat nou toch ook weer?, piepte ik gisterochtend tegen huisgenoot.
Huh?, deed huisgenoot met mij mee.
En hij merkte zachtjes op dat het zo ook nooit ging lukken. Als ik de spreidbroek tenminste ondersteboven aan wilde trekken.

Daarnaast puzzelen wij nog over hoe ons kind handig op te pakken. Ondanks een stoomcursus van de instrumentknutselaar.... Nee, tuurlijk hebben we ons kind niet laten vallen. Wat denkt u nou?
Danaë is aan haar onderkant namelijk getransformeerd tot futuristische cyborg. Allemaal leuk en aardig, maar op strategische punten zitten wat scharnieren in de weg. Zeker als je haar op de arm wilt dragen.
Helaas is bij het futuristische pakje geen mechanische loopaandrijving meegeleverd. En dus zitten na een dag tillen en dragen mijn armen onder de kleine krasjes of afdrukken van het metalen frame.
Maar: alles voor de goede zaak. Dus wij zullen het komende half jaar gewoon onze tanden op elkaar zetten als we haar optillen. Nee. Ik doe niet aan automutilatie. Ik heb een kind met een spreidbroek.

En dan de praktische oplossingen voor alledaagse dingen.
Zo daar is een autostoeltje. Hoe vervoer je je kind veilig in een auto als d'r bips nauwelijks meer in de Maxicosi past?
Of neem de Bugaboo. Zo op het oog moet het passen, Danaë met framewerk in de Maxicosi of kinderwagen. Met wat handdoeken-origami komen we dan ook een heel eind. Maar de meest ideale opbouw hebben we nog niet gevonden. Aan de andere kant: best schattig, die bengelende voetjes aan weerszijden.

Of haar gloednieuwe Tripp Trapp.
No way dat ze nu nog in het babyzitje past. Dat was sowieso al een beetje aanduwen, maar tot nu toe ging dat prima.
Sinds maandag heeft mevrouw echter een spanwijdte die niet meer overeenkomt met dat wat de firma Tripp Trapp heeft bedacht. En dus goochelen we met tuigjes om te voorkomen dat mevrouw uit haar stoel valt. Want ze vond het net zo leuk aan tafel.

En een kind met een spreidbroek moet er natuurlijk wel een beetje leuk uit zien. Tenminste, dat vind ik dan. De aandacht van de spreidbroek afleiden.
Broeken hebben afgedaan. Nou paste ze daar toch al lastig in, met die dikke spekheupjes van d'r. Die dingen zijn namelijk over het algemeen niet gemaakt om daarmee de hele dag in een soort split-stand te liggen.

Wat dan? Niet van die suffe saaie maillots in ieder geval.
Nee. Een beetje kekke leggings in allerlei vrolijke kleuren. Dus ik ging los op het wereld wijde web. En stelde het gat in mijn hand weer tevreden. Nu nog überhippe shirtjes of jurkjes scoren.

Mensen. Genoeg.
Ik moet nu hoognodig mijn kind ophippen.
En daarna ontzettend voorbereidingen treffen voor het feest van morgen. Iets met een trakteerkrokodil. En een traptrekker.

dinsdag 26 mei 2009

VIP Lounge

Na een nacht met noodweer kan het gebeuren dat je je ontbijt nuttigt in de daartoe omgebouwde VIP-erker.

Met eersteklas uitzicht op een omgewaaide boom (een van de drie bij ons in de buurt...) en de brandweer die de boom in mootjes zaagt.

maandag 25 mei 2009

Op je heupen - deel 7

D-day dus. De dag van
  • de afspraak met de kinderorthopeed.
  • een uitgelopen spreekuur en een wandeling door het bos om opspelende zenuwen weer in het gareel te krijgen. Danaë had overigens (weer) nergens last van en lachte haar tanden bloot. Dat helpt ook om alles weer in perspectief te zien.
  • tóch nog een extra foto, want de eerder gemaakte foto's die ik had laten overkomen kon de orthopeed niet lezen. Tuurlijk.
  • lang wachten in zuurstofloze spreekkamers. U kunt hier vast plaatsnemen. De dokter komt zo. Yeah, right.
  • de definitieve diagnose: sterke heupdysplasie aan beide kanten, rechts meer dan links. Gelukkig geen luxatie. En dus geen tractie-trajecten of gipsbroeken. En laten we hopen dat dat zo blijft.
  • het aanmeten van een spreidbroek bij de ortopedisch instrumentmaker. Eentje volgens dr. Visser. t Is maar dat u het weet. De knutselaar had liever een Campspreider voor Danaë gemaakt. Maar het schijnt dat onze dokter erg van dr. Visser houdt. Tja. Ieder zijn voorkeuren...
  • heel veel afspraken in het vooruitzicht: over 3 weken bijpraten met de instrument-knutselaar, over 6 weken weer eens babbelen met de dokter en over 3 maanden weer eens een fotootje maken. En dan? Dan plakken we er waarschijnlijk nog eens 3 maanden aan vast.
  • de make-over van Danaë tot cyborg. Althans, zo lijkt het een beetje als je naar haar beentjes kijkt, met die scharniertjes aan haar spreidbroek. Ach, ik moet er vast nog even aan wennen...

zondag 24 mei 2009

Van Lange Jan en de Blues Brothers

Gaan we vandaag naar Lange Jan?, vroeg hij met een nog krakerige slaapstem toen ik hem vanochtend wakker maakte.
Ja, zei ik. Vandaag gaan we naar de Efteling.
Op slag was hij klaarwakker. Aankelen moest-ie, en wel NOE. Aankleden dus. Maar dat had u vast al begrepen.

Inderdaad. De Efteling. Dankzij meneer Heijn. Dat leek ons nu eens een perfect tijdverdrijf, op deze dag voor morgen.
En dat was het. Het was fantastisch. David keek zijn ogen uit in het Sprookjesbos. Beetje spannend af en toe, met hier en daar een wolf of een draak.
Maar het mooiste was Roodkapje. Of nee, Doornroosje. Of nee... Langnek natuurlijk.

Wat een lange nek, zei hij verbaasd toen hij oog in oog stond met zijn Lange Jan die hij alleen van plaatjes bij de Appie kende. Alhoewel, dat kan natuurlijk niet, oog in oog. Lang. Nek. Nahgoed.
Hij kan nóg langer, zei hij met grote ogen toen zijn nek begon te groeien.
Ohhh, hij kan nóg langer, brulde hij totaal verblufd tegen een stel vreemde ouders. En hij huppelde opgetogen nog eens heen en weer.

De Elfjes van Droomvlucht vond hij ook prachtig. En Danaë ging ook gewoon lekker met alles mee.
Haar favoriet? Het rode neuzen carnaval. Met pretogen zat zij wippend op de schoot van huisgenoot.
Als het kind had kunnen klappen, dan had zij als perfect klapvee de hele rit dat mega-irritante deuntje dat niemand daarna de hele dag niet meer uit zijn kop krijgt getuige het gehum van 10 duizend passerende medebezoekers enthousiast meegeklapt.

Verder 'deden' wij de stroomtrein, draaimolens en een rondje door Lavenland. Uweetwel, die dikke lelijke tuinkabouters die zichzelf bijzonder olijk vinden.
David noemde ze de hele dag Lava's, Lama's of Sultana's. Dat laatste was nadat hij een koekje had verorberd.

Afijn.
Zie onze kabouter eens lachen op zijn eigen paddenstoel.
En ja, we hebben ook de klassieke foto: zo één waar hij met zijn oor op de paddenstoel naar de muziek luistert.
Maar die van de Blues Brothers on tour, die vond ik leuker. Danaë had mazzel: die mocht als groupie de hele rit op schoot!


En natuurlijk een foto van een lachende Danaë in de rode neuzenparade. t Is wel duidelijk dat de mannen in iets anders geinteresseerd zijn dan de camera. Naja, je kan niet alles hebben.

zaterdag 23 mei 2009

De dag van het grote geld

Zo. Dit was de dag van het grote geld. Dat niet - ik herhaal niet - met bakken binnen kwam. Maar meer als water door onze vingers glipte. Die dagen bestaan, mensen. Echt. Onze pinpas kan erover meepraten. If only he could.

Wij deden namelijk grootse aankopen. Zoals een verjaarscadeau voor iemand die zeer binnenkort 3 wordt.
Strakke planning, ja. Wij zijn nogal van de last-minute. Iedere keer weer. Al 3 jaar op rij. We weten heus wel wanneer hij jarig is. Echt, een datum hard to forget. Maar daarover een andere keer.
Ruim voor die datum in zicht komt, gaat het bij ons zo van 'wat zullen we het kind eens voor zijn verjaardag geven?'. En dan gebeurt er een hele tijd niets. Ja, we hebben het er wel over natuurlijk. Kadosuggesties te over. Een fiets? Een houten treinbaan? Een step? Nóg meer lego?

En dat is ons probleem: dat we zo besluiteloos zijn niet kunnen kiezen. David is ook niet erg behulpzaam. Die wil namelijk álles.
Al weken roept hij bij alles wat hij maar enigszins interessant vindt 'Oh, dát wil ik hebben!'. Vanmiddag nog wilde hij een quad hebben. Ja. Een quad. Er reed er een toevallig langs.
Maar dan wel een kleine hoor. Ach, hoe bescheiden. Want anders pas ik er niet op, papa. Right. Maar natuurlijk.

Enniewee. Wij togen vandaag naar het zeer gereformeerde V. om daar het verjaardagskado aan te schaffen.
Geen idee trouwens waarom ik dat vermeld. Maar het is zo. Zeer gereformeerd is het daar. Van dat de webwinkels je op zondag een blanco scherm tonen met daarop de mededeling dat de webwinkel zondagsrust houdt. Of iets in die geest.
En dan vraag ik me af hè: wie en wanneer zet dan die webwinkel op non-actief? Wanneer doe je zoiets? Om zaterdagnacht 0.00 uur exactly? Of vlak voordat je naar de kerk rent? Nee. Dat gaat natuurlijk volautomatisch. Maar k vond het toch een grappig idee.

Maar ik dwaal af. Naar V. gingen wij. Want we hadden besloten dat een traptractor best een leuk verjaarskado is voor iemand die 3 wordt. En die verkopen ze daar dus. Maar niet op zondag en dan al helemaal niet via hun webwinkel.
Was nog een heel gedoe. Om een heuse John Deere traptrekker met kiep-voorlader in de achterbak van de auto te krijgen. En dan ben je blij met een stationwagon. Anders hadden we serieus een kind vader of moeder achter moeten laten.
Nahgoed. We kochten dus een traptrekker voor het kind. Die nu vooral in een doos heel aanwezig staat te wezen in de schuur. t Is maar goed dat we zo'n grote schuur hebben. Die komt nu goed van pas.

En als klap op de feestelijke vuurpijl bestelden we vandaag ook nog een grote-mensen-bed voor ons bijna-grote-kind.
Ja. Als je drie bent, dan wil je vast wel eens een keer in een écht bed slapen. In plaats van zo'n hokje met houten tralies. Want de verhoudingen beginnen tegenwoordig een beetje zoek te raken tussen bed, kind en spijltjes.

Wij bestelden niet zo'n halfslachtige twijfelaar voor kinderen. Nee. Gewoon een écht bed. Die we ooit nog eens kunnen upgraden naar een hoogslaper. Al dan niet voorzien van glijbaan om je bed uit te komen.

How cool is that, zó je bed uit glijen? Inderdaad. Maar dat vond onze pinpas dan weer niet zo cool.

vrijdag 22 mei 2009

Feestdag in aantocht

Beleven wij hier nog iets anders dan heupen, artsen die niet opletten fouten maken, heupen verwisselde röntgenuitslagen, en oja, heupen?
Jawel. Zo is bijvoorbeeld de derde verjaardag van David in aantocht. Op luidde toon maakt hij volslagen onbekenden deelgenoot van dit heuglijke feit.

Ik ben bijna jarig!, roept hij tegen een ieder die het horen wil.
Of niet trouwens. Dat maakt hem niet uit. Bovendien: hard to miss, zo'n peuter die zich volhardend in je blikveld wurmt, als je net even de schappen met pastasaus staat te bestuderen.
Oja? En hoe oud word jij dan wel?, vragen de meeste mensen geïnteresseerd.
Mamáá. Hoe oud word ik ook al weer? Kennelijk is er even ruggespraak met de achterban nodig.
Drie, fluister ik in zijn oor.
Dríé, brult hij opgetogen.
En kíjk, ik heb versetjes van Kaarrs en Prinsessen voor mijn feestje. Ter demonstratie duwt hij de pakjes servetten van Cars en de gruwelijk roze Disney-prinsessen onder de neus van zijn publiek.

De caissière mag ze bij hoge uitzondering even vasthouden om te scannen. Maar daarna, direct weer inleveren.
Stel je voor zeg. Geen feest zonder servetjes.

woensdag 20 mei 2009

De radioloog tegen mij...

...alsof het mijn kind was

Beste meneer de radioloog uit december.

Wat keurig dat u hebt gemeend een excuusbrief te moeten sturen aan onze huisarts. Een zeer ongebruikelijke stap, vertelde de huisarts mij vanmiddag.

Uw excuusbrief heeft ons vermoeden bevestigd.
We dachten het namelijk eigenlijk al een paar maanden. Dat u hebt zitten slapen.
Want. Hoe. Kunt. U. Het. Röntgenverslag. Van. Het. Allerliefste. Meisje. Ooit. Verwisselen?
Met dat van een ander kind?

Nou? Hoe? Hóe??

Met uw excuusbrief zijn voor ons wel een aantal zaken opgelost.
Zo zijn wij niet gek. Nee.
U wel. Of liever gezegd. U heeft ze op zijn minst niet allemáál op een rijtje.
Ondanks uw so-called goede nieuws uit december, bleven wij twijfels houden over de dikke dijen van onze dochter. En waren wij godzijdank zo vasthoudend om iedere keer weer die heupen te laten controleren.

Niet dat dát trouwens zoden aan de dijk heeft gezet. Only so much for Ortolani's test. Maar daarvoor zal ik mij wenden tot de kinderexperts van het consultatiebureau.

Daarnaast hoef ik mij niet meer 100x per dag af te vragen hoe het kan.
Dat heupen waar eerst niets mee aan de hand leek te zijn, 'opeens' ontzettend niet meer op hun plek blijken te staan.
Vond ik namelijk nogal een enge gedachte. Van die heupen die in een paar maanden tijd een compleet eigen leven zijn gaan leiden. k bedoel, straks heb ik een been in mijn hand als ik een luier verschoon.
Maar gelukkig: de heupen van onze dochter vertoonden altijd al grote afwijkingen. Een hele geruststelling.

Dan nog een vraagje: waarom de excuusbrief naar onze huisarts? Het gaat immers om onze dochter?
Menselijkerwijs zou het in de rede liggen om contact met ons op te nemen in plaats van met onze huisarts. Zouden we waarderen weet u. Onze adresgegevens heeft u. Of zijn die ook verwisseld?

In uw brief schrijft u zelf al dat u een grote misser hebt begaan. Deze conclusie kunnen wij uiteraard alleen maar van harte ondersteunen.

Wij blijven achter met een gevoel dat we in één klap 5-0 achter staan in een wedstrijd waarvan we niet eens wisten dat deze al begonnen was.
Of dat we 5 uur geleden een trein hebben gemist waarvan we niet wisten dat we die dringend moesten halen.
Ik bedoel: als we met 2 maanden met de behandeling waren begonnen, waren we nu misschien al bijna klaar...

Daarnaast vragen we ons af: loopt er nu een ander kindje al maanden in een spreidbroek? Of zijn die ouders al getuige geweest van een wonderbaarlijke genezing?

U begrijpt: wij beraden ons op een passende reactie van onze kant. Wij denken dat een dikke brief naar de klachtencommissie van uw ziekenhuis wel het minste is wat we voor onze dochter kunnen doen. Hopelijk kan de kinderorthopeed ons maandag geruststellen dat deze uitglijder uwerzijds geen blijvende nadelige gevolgen voor onze dochter heeft.

Meneer de radioloog. U hoort nog van ons.

maandag 18 mei 2009

Op je heupen - deel 6

Natuurlijk heb ik niet gewacht totdat de orthopeed ons zelf ging bellen.
Nee. Zeker niet nadat een collega mij uit zijn eigen ervaring vertelde hoe dat werkt. Iets met spoed bepalen, stapels doorgefaxte uitslagen van huisartsen, een grote kan koffie en wat leuke collega's. En natuurlijk échte patiënten aan een échte balie. Die al meer zijn dan slechts één uitslagenfax van de vele.

Kortom, om nodeloos wachten te voorkomen, belde ik zelf. En regelde een afspraak voor de kleine meid op het orthopedisch kinderspreekuur. Voor volgende week maandag. t Is dat het donderdag Hemelvaart is, anders waren we deze week al op audiëntie bij de geleerde gekomen. Zo spoed is het dus.

Of ik dan wel even zelf de echo's en de röntgenfoto's van Danaë wilde halen uit het ziekenhuis in H. Want als dat via de officiële weg zou moeten, duurde dat een week of 3. En die tijd hebben we dus niet.

Zo kwam het dat ik afgelopen zaterdag een envelop van de postbode in mijn handen gedrukt kreeg. In de envelop zat de door de arts felbegeerde cd-rom met de foto's. Én de echo- en röntgenverslagen.
En dan kan ik het niet laten hè? Nee. Dan móet ik die lezen. Want ik wil precies weten wat het kind op d'r heupen heeft.

Dat loog er niet om, kan ik u vertellen.
Rechter acetabulumhoek (heuphoek zullen we maar zeggen) meer dan 40 graden. Dasniegoe. Links doet ook lekker mee. Niet zo erg als rechts, maar toch. Sterke dysplasie, staat letterlijk in het verslag te lezen. Tjee zeg, een beetje minder mag ook wel.
Verder heeft het kind ook nog lateralisatie van d'r heupen. Rechts ook weer iets sterker dan links. Wat lateralisatie precies is, mag Joost weten, maar lijkt me dat dat niet hoort.
En het bizarre: toen ze 2 maanden was, viel alles binnen de norm. Toen niets aan de hand dus. Da's wel heul sterke dysplasie, denk ik dan... Of heeft er toen een stagiaire naar de foto's gekeken die nog niet goed kon rekenen?

Onze grootste vraag is met het lezen van het röntgenverslag jammergenoeg niet beantwoord: zijn de heupjes uit de kom of niet? Ik zóu natuurlijk ook ff die cd-rom met foto's kunnen bekijken... Zitten we straks aan een tractie-traject? Of wandelen we volgende week maandag met een spreidbroek de deur uit?
Ik bedoel, met dergelijke uitslagen kunnen we ons nauwelijks meer voorstellen dat deze gips- of spreidbroekenbeker aan ons voorbij zal gaan.

Nog een weekje afwachten dus. Ondertussen genieten wij nog even van ons meisje 'unplugged'.

zondag 17 mei 2009

15 jaar

15 jaar, mensen. Vijf. Tien. Jaar. En één dag. Want dé dag was gisteren.

Maar dan 15 jaar terug dus. Gaat u even mee?
Schoolkamp vijfde klas middelbare school. Camping Arc en Ciel in Roussilon, in de Provence, Frankrijk. Na één gigantische stortbui houdt mijn tent het niet meer droog. Ja mensen, écht. Eerlijk waar. Niet verzonnen.
En dus kruip ik bij huisgenoot in zijn tent. Behalve een slaapplek, leent hij mij zijn arm. Van het één kwam het ander. U weet wel: verkering.
Want die twee kinderen kwamen pas heul veul later. Tsss. Wat denkt u wel.

Ja, highschoollovers dus. Dat zijn wij. Zaten op papier zelfs bij elkaar in de klas. Maar zagen elkaar alleen bij Nederlands en Engels. En, heel gezellig, ook bij Scheikunde. En natuurlijk alle pauzes, hoe klef...

Vijftien jaar verkering dus. Maar vanaf vandaag beginnen we weer opnieuw met tellen. Zo besloten we.
Want tjee. Vijf. Tien. Jaar. Dat bedenk je niet, als je tent lek gaat.

zaterdag 16 mei 2009

It's my party and I pee if I want to

Meneer is dus alleen zindelijk als hij er zelf zin in heeft. Vorig weekend ging het prachtig. De ene na de andere plas deed hij op de wc. Fantastisch! Wij rekenden ons al rijk met een supersnelle plas-zindelijke peuter. But no.

En dan is er nog zoiets als de grote boodschap hè. Dat wil ook nog niet zo lukken. Ja, in zijn luier, dat gaat prima. En in zijn onderbroek ook. Blijkt.
Er zijn weinig dingen die mij serieus aan het kolkhalzen maken. Maar poep-in-onderbroek is er één van, weet ik sinds kort. David vindt het ook wel viezig. Zegt-ie heel sociaal-wenselijk. Maar bovenal vindt hij het superinteressant om te zien hoe zijn moeder een list verzint om die onderbroek weer schoon leeg te krijgen. Juk!
Gaat zoiets trouwens gelijk op in het zindelijk-worden-proces?, vraag ik me af. Ervaringen, anyone? Tips?

Maar goed. Daar waar meneer vorig weekend nog vrolijk voor iedere plas het toilet frequenteerde, heeft hij met ingang van afgelopen maandag besloten dat hij geen zin meer heeft om een plas op de wc te doen.
Nee. Als hij drie is, dan gaat hij wel weer naar de wc. Zegt-ie. Hopelijk houdt hij zich eraan. Die komende anderhalve week met luiers komen we dan ook nog wel door.

Zo.
En dan nu snel verder kijken naar de live bevalling van een olifantje op www.baby-olifant.be.

donderdag 14 mei 2009

Dubbel O 7

Na het heupen-gedoe van gister en een werkdag vandaag, even een avond bankhangen.
Eens denken. Songfestival of een Bondfilm? Suffe liedjes of een neppe jaren 70-film? Hmmm. Lastig. Geen van beiden.
Hoewel, huisgenoot maakt een keus. De Bondfilm, inderdaad. Maar dan van dvd. Uiteraard precies dezelfde film als op tv. Mannen-logica zullen we maar denken.

Haha, proest huisgenoot naast me op de bank. Ik zie dubbel O 7.
Ik zie inderdaad dubbel. Twee keer dezelfde film op de tv, maar dan een paar seconden verschil tussen het linker- en het rechterbeeld. Hilarisch. Inderdaad. Mannen-humor zullen we maar denken.

woensdag 13 mei 2009

Op je heupen - deel 5

Shit... Om kort te gaan: uitslag inderdaad niet goed. Heupdysplasie dus.

En nu? Geen idee. Spreidbroek? Gipsbroek? Operatie? Luxatie of 'alleen maar' dysplasie?Dus door naar de orthopeed. En die gaat dan vertellen hoe erg het is. En wat ze gaan doen om het weer goed te krijgen.
Maar daarover word ik nog gebeld. Over hoe 'spoed' het is. Want dat gaat de orthopeed bepalen op basis van de uitslagen die huisarts vanmiddag nog doorfaxt aan het ziekenhuis.

Op dit moment ben ik boos en verdrietig tegelijk. En ik kan alleen maar denken: waarom is dit niet eerder ontdekt?
Al vanaf 6 weken hadden huisgenoot en ik een niet-pluisgevoel over de heupen van Danaë. Met 2 maanden een foto en een echo gemaakt: geen afwijking te zien. Met 4 maanden nog een keer extra gecontroleerd door de cb-arts. Die voelde geen gekke dingen. En zei: oh, is er ook heupfoto gemaakt? En die was goed? Nou, dan is het in orde. Geen zorgen meer maken. En toch bleef het knagen...

Nou ja, de rest van het verhaal kent u nu. Afwachten dus maar weer.

Wachten duurt lang...

De halve ochtend diverse malen geprobeerd de huisarts te bereiken. Want nu zouden ze de uitslag van de echo en de heupfoto van Danaë toch wel hebben, leek ons.
Maar k kwam er niet door. Na een kwartier hetzelfde bandje aangehoord te hebben, opgehangen. Want er moest nog meer gedaan worden. Boodschappen bijvoorbeeld. Of een fruithapje in een hongerig bekkie stoppen. Om half 1 nog een laatste poging gedaan. Niet gelukt. Zijn zeker al met lunchpauze ofzo.

Loop ik zojuist naar boven. Zie ik dat er is gebeld. Natuurlijk nét op het moment dat wij in de auto stapten voor de boodschappen.
Het nummer? De huisarts. En over huisartsen die zelf patiënten gaan terugbellen, heb ik geen goed buikgevoel. Over de uitslag dan hè?

Mèn, nou moet ik helemaal wachten tot 4 uur. En dan nog eens proberen of ik de huisarts te pakken krijg. Gets. De zenuwen gieren momenteel door mijn keel. Duimt u even mee?

dinsdag 12 mei 2009

Einde-werkdag-gestress

En daar baal ik dus van.
Doe ik ruim op tijd m’n computer uit, socialize nog wat met mijn collega’s en spring ik om half 5 in mijn Pinda. In een luttele 20 minuutjes rijd ik naar de rand van A. Om dan vervolgens meer dan 30 minuten in de file te staan. Dáár baal ik dus van.

Want dan ben ik pas om kwart voor 6 bij de crèche. En struikel pas even na 6-en het huis binnen met een loodzware maxicosi met overduidelijke honger aan mijn ene arm en een stuiterende peuter aan de andere. En moet dus eerst een baby voeren, en dan nog een soort van verantwoorde maaltijd in elkaar flansen. In de hoop dat we voor 7-en gegeten hebben.
Terwijl peuter overduidelijk moe is. Maar wel nog wil Wii-en, want hij had immers weer 4 stickers bij elkaar geslapen. En eerlijk is eerlijk: jij had dat ge-loofd mama. En wat je ge-looft moet je ook doen. Dus. Van die dingen.

Maar waar ik nog het allerhardst van baal, is dat dit eind-van-de-werkdag-gestress vanaf juli ‘heel normaal’ wordt.
Want dan werk ik officieel in Z. En niet meer daar waar we wonen. En moet ik dus iedere werkdag heen en weer. Kilometer-technisch is het niet so big a deal. Maar in de spits is het dus een heul ander verhaal.
En dat allemaal dankzij die fusie. Bah.

maandag 11 mei 2009

Op je heupen - deel 4

Zij had nergens last van. Vriendelijk lachen. Beetje de hooligan uithangen met een rammelaar. Hier en daar een gilletje (je bent een meisje of niet natuurlijk). En ze had de wachtkamer, de radioloog en de röntgen-jongen op haar hand.

Wij: wéér plaatsvervangende zenuwen. En een deja vu: strak op tijd (heel fijn) en na de echo linea recta door naar de röntgen.
Want: weer kon de radioloog het niet goed beoordelen. Mogelijk omdat ze teveel spek op haar dijen heeft (uiteraard), maar hij vond het beeld niet gunstig genoeg om heupdysplasie uit te sluiten. Een röntgen moest nu (weer) definitief uitsluitsel brengen.

En dus moeten we wéér wachten totdat we de huisarts kunnen bellen voor de uitslag.

zondag 10 mei 2009

Een potje liefde


Zouden ze van eten houden?


Zij een boontje in haar nieuwe kinderstoel. Hij een hap pudding, op zijn nieuwe plek aan tafel. Ja, wij zitten tegenwoordig met zijn allen aan tafel. Heel gezellig. Net écht.

vrijdag 8 mei 2009

Vrijdag Lijstjesdag

t Is weer vrijdag. U weet wel, bijna weekend. Behalve bijna-weekend betekent vrijdag ook boodschappen-doen hier. Ja, waanzinnig efficiënt zijn lijken we. Huisgenoot de boodschappen. Ik het lijstje.

En daar wringt de schoen. Bij dat lijstje. Want dat betekent dat ik voor bijna een week vooruit moet verzinnen wat we gaan eten. Op vrijdagmiddag. Wanneer mijn kook-inspiratie toch al diep in de min staat. Voor zover je overigens bij mij van ‘kook-inspiratie’ kunt spreken. Maar dat terzijde.

Dus zwoeg ik mij een ongeluk op dat lijstje.
Zaterdag? Iets makkelijks. Iets met soep ofzo.
Zondag? Ah, dan kookt huisgenoot. Moet-ie zelf maar verzinnen.
Maandag? Huisgenoot niet thuis. Iets uit oven.
Dinsdag? Snelle-pasta-dag.
Woensdag? Pfff…. Preitaart hebben we al een tijdje niet gehad.
Donderdag? Weer iets snels. Misschien toch maar weer roerbaknoedels? Zum kotsen vond ik dat, tijdens mijn zwangerschap en nog heel lang daarna. Maar ‘t was wel heel snel klaar. Toch maar weer proberen dan.
En uiteraard vergeet ik alle dingen waarvan ik me afgelopen week had bedacht dat die aangeschaft moesten worden.

En dan is het rond half 8.
De kinderen zijn opgeborgen, alhoewel de oudste daarvan nog niet overtuigd lijkt. Huisgenoot hink-stap-springt via legobouwwerken en slinks geparkeerde speelgoedautootjes het huis uit. En hij scheurt met de auto – stationwagon, inderdaad – naar de supermarkt. Om daar heel hip en efficiënt met zo’n zelf-scan-unit zijn wagentje overvol te laden. Met alle dingen, en heel veel meer, die ik op het boodschappenlijstje had geschreven.

Hmm. Misschien volgende week ook het boodschappenlijstje eens naar hem outsourcen…

donderdag 7 mei 2009

Sterretjes

Ik droomde dat ik vlekken zag. Of sterretjes. Als van een caleidoscoop. Gek vond ik.
Ik werd wakker en deed mijn ogen open. De vlekken waren er nog steeds. Hè barst... ende koppijn. Alsof één kant van mijn hoofd bewerkt werd met vlijmscherpe beitels. Een ritmisch gebons snerpte door mijn hoofd.

Heel fijn. Migraine dus. Dus ik log ff niet. Met mijn after-migraine donshoofd.

woensdag 6 mei 2009

5 tegen 1

Hij wilde vanmiddag wel met zijn blote billen buiten lopen. Zei hij. Want dan ging-ie wel naar de wc als hij moest plassen. Zei hij ook.

Met je blote billen buiten? Kijk. Ik ben - hopelijk - een duidelijke opvoeder. Met 'regels zijn regels'-dingetjes. Maar nu, met dit weer, met je blote billen buiten? Dat zijn Spartaanse trekjes. En dat vind ik zielig. Kortom: niet zo'n goed idee, die buiten-blote-billen.

Maar, dat tweede plan, dáár was ik dan wel weer van gecharmeerd. Ja, zo ben ik. Het ijzer smeden als het heet is. Ik rook mijn kans. Dus ik zei: weetjewat? Ga gek. We doen gewoon je luier uit. En je mooie onderbroek weer aan. Dan ben je een echte grote jongen. En als je dan moet plassen, dan ga je gewoon op de wc.

Een beetje onwennig liep hij een rondje in zijn onderbroek. En liet zijn stoere boxershort uitvoerig zien aan zijn zusje. Die vond dat maar wat grappig. Hij voelde wel 10 keer of zijn piemel er niet stiekem was af gevallen. Ja, je weet maar nooit, zo zonder luier. Maar, het ding zat er nog.
Na een flinke beker sap en een minuut of 20 spielerei op de bank, informeerde ik van achter het fornuis - want vorstelijke maaltijd voor Danaë moest gekookt - voorzichtig of het allemaal wel goed ging. Ja hoor, meldde hij. Of-ie televisie mocht kijken. Tuurlijk joh. Als je maar niet vergeet... Neehee, verzuchtte hij. Als ik moet plassen, dan moet ik naar de cee.

En toen, opeens, Mamáá, er komt een plasje aan!!!
Nou, dan laat je rap je fornuis in de steek, kan ik u vertellen. Zeker als er dan een jongetje op je af komt met zichtbare moeite zijn blaas in bedwang te houden. En de wc zich in tegenovergestelde richting bevindt.
Zeg even tegen je plas dat-ie nog even moet binnenblijven, commandeerde ik tegen David. En wij spoedden ons naar de wc. Kom maar naar buiten, plas, sprak David als magische woorden. Hops, het stond 1-0.

Vijf minuten later stond het 1-1. Hij vond het niet zo leuk, zo'n natte onderbroek en natte sokken. Gelukkig hebben we sinds dit weekend een enorme voorraad boxershorts...

Binnen een uur stond het 5-1. Binnen een uur ja. Bij de minste aandrang riep hij Er komt een plasje aan. Snel mama, naar de cee.
Dus sprong ik heen en weer tussen wc, wastafel, fornuis, wipstoel, fornuis en, oja had ik al wc gezegd? Mèn, wat een kabouterplasjes zeg. Om de 10 minuten. Niet zo handig tijdens kook- en voedertijd. En niet zo handig als je eens een boodschap moet doen, bedenk ik me nu. Hoe moet dat nou? Of gaat dat nog goed komen?
Maar goed, je wilt dat je kind zindelijk wordt en vlug een beetje of niet natuurlijk. Alles voor de goede zaak.

Vijf tegen één. Ik vind het reuzeknap. Ben benieuwd of hij op de crèche nu ook eindelijk eens op een potje of zo'n schattig mini-wc'tje wil plassen. En anders gaan we gewoon vrijdag lekker verder.

dinsdag 5 mei 2009

Roll over rover

Ze lag al een tijdje op haar buik als een soort Stevie Wonder met haar hoofd heen en weer te zwaaien. Plotseling viel het kwartje:

Hops, daar gooide ze haar hoofd over haar schouder. Even bleef ze hangen in een maffe kurketrekker-houding. Een beentje moest nog even over het dode punt heen gezwiept worden. En - floeps - daar rolde ze naar haar rug. Een beetje beduusd bekeek zij de wereld van de andere kant.

Een staande ovatie was haar deel. Dát wilde ze nog wel een keer meemaken. En dus rolde ze nog een keer van haar buik naar haar rug. Ze steeg bijna op van vreugde met haar wapperende armen en benen.

Dat wordt dus nog wel wat! Nu David alvast voorbereiden op de nieuwe bewegingsvrijheid van zijn zusje.

maandag 4 mei 2009

Taptoeteraar

Goed. Eerst dacht ik dat het de Last Post heette. Had al een hele spitsvondige intro bedacht. Iets met dat dit niet het laatste berichtje was.
But no. Zo heet het niet. Het trompetsignaal dat ieder jaar voorafgaand aan de Dodenherdenking wordt gespeeld. Het heet de Taptoe. Van letterlijk 'Tap toe'. Bar dicht. Is er wel van afgeleid trouwens, de Taptoe van de Last Post. Dan weet u dat ook weer. Maar ik dwaal af.

Plaatsvervangende zenuwen krijg ik daar altijd van. Van die Taptoe. Niet van het getrompetter op zich, maar voor diegene die het signaal even voor achten speelt. De zogenoemde Taptoeteraar dus.

Moet je je voorstellen: de Dam.
Vol met mensen. Of de Waalsdorpervlakte. Where ever.
En dan sta je daar. Helemaal alleen.
Iedereen is stil. Verwachtigingsvol stil.
Dan komt het onvermijdelijke moment dat je moet inzetten. Anders ben je nooit om 8 uur precies klaar. Hoe doen ze dat trouwens toch? Wie geeft aan dat er begonnen moet worden? Heeft de trompetter een oortje in? En telt zijn commandant dan af? Of geeft Beatrix met een ongemerkte knipoog het startsein?
Direct krachtig. En natuurlijk niet minder dan loepzuiver.
Vier verschillende tonen kent het stuk. Vier slechts.
En geen vinger die eraan te pas komt. Nee. Alleen de juiste mondspanning.
En dat laatste lijkt me juist zo moeilijk. Trillende mondhoeken lijken me nogal op de loer te liggen in deze situatie. Of trilknieën. Net zo erg, denk ik.
Knap vind ik dat. En een sterk staaltje van stalen zenuwen.

En wat ik me dan ook al jaren afvraag tijdens die twee minuten stilte die volgen: Ja sorry, mijn gedachten dwalen wel eens af: wanneer hoor je dat jij dit jaar de uitverkorene bent? Op 5 mei? Op je functioneringsgesprek? Weekje van tevoren? Of heb je gewoon het kortste strootje getrokken?
En ben je dan blij? Of heb je dan wekenlang slapeloze nachten bij het vooruitzicht? En de blaren op je lippen van het oefenen?

Écht, ik zeg: petje af voor de Taptoeteraar!

zondag 3 mei 2009

Hoop aan de horizon

Heel blij word ik daarvan. Hoop. Aan de horizon. Zeker als het om dit onderwerp gaat.
Ik bedoel, David zit al maanden 's avonds braaf op zijn potje. Soms komt er een plas. Hulde en Hoera! Soms ook niet. Ach, is de plas op? We moedigen hem uiteraard aan om vaker op deze troon plaats te nemen. Nuffig antwoordt hij dan Nee, daar heb ik geen zin voor.

Goed. Dat kan natuurlijk. Dat hij daar geen zin in heeft. Kalm blijven. Vooral niet aandringen, want voor je 't weet traineert hij de boel op dat vlak. En dan duurt het nóg langer.
Maar, onder ons gezegd en gezwegen: ik kan hem ondertussen die luiers wel uitkijken. Ik heb visioenen van incontinentieluiers. Niet dat David zo groot is. In tegendeel. Hij valt nog net niet uit zijn groeicurve. Maar toch.

Sinds een paar dagen gloort er dus hoop aan de horizon. Nee. Nog geen hoop in de pot, helaas. Mama, ik heb een plasje in mijn luier gedaan, glundert hij sindskort regelmatig.
Goed zo jongen! Zou het trouwens een goed idee zijn om die plasjes in het potje te doen? Maar nee. Daar heeft-ie dan weer geen zin voor.

En, oh victorie, hij legt plotseling interesse voor de grote wc aan de dag. Hij wilde eergisteren wel even proberen, met de kinner-bil. Kinderbril, heel goed.
Mama, wel goed vasthouden hoor. Anders val ik erin, zei hij wat huiverig.
Tuurlijk schat. Maar ik denk niet dat jij daar doorheen past. Kijk maar.
Oja, concludeerde hij. Nadat hij zijn zetel aan een wetenschappelijke zit-test had onderworpen.

En dan gisteren. In een vol café.
Hij trekt aan mijn broekspijp en meldt zo-uit-het-niets dat hij op de wc een plas wil doen. Ook zonder kinderbril? Ja, óók zonder.
Ik liet acuut mijn drankje in de steek om ons naar een 'zekere plaats' te spoeden. Naar het gehandicapten toilet. Ja zeg. Ik ga niet in een hernia-houding mijn kind op een toilet vasthouden als dat niet hoeft.
Beetje rust en ruimte is goed voor de ontspanning. Straks valt-ie met zijn witte kadetjes wél door de toiletpot heen. En dan piest-ie van de weromstuit never nooit niet meer in een wc.
Dus beste mevrouw die op de deur klopte, als u meeleest: beetje compassie zeg. Het kind zat voor 't eerst van zijn leven op een grote vreemde wc. En zónder kinner-bil. Mind that. Is het dan zo nodig om met uw vinnige geklop de druk op te voeren? Acuut gingen de sluizen van zijn blaas weer dicht. En bedankt.

Maar gelukkig was daar vanmiddag een nieuw hoogtepunt: een échte plas op een échte wc.
Apetrots was hij.
Helaas werd deze voorstelling vanavond niet herhaald. Nee. De plas had geen zin, vertelde onze theaterdirecteur.

Ach. Tegen de tijd dat hij 18 is, zal-ie wel zindelijk zijn.
Toch?
Tóch??

vrijdag 1 mei 2009

Nieuwsgierig

Nog een klein beetje slaperig zit ik aan mijn kop koffie. Ik een bordje müesli. Hij een boterhammetje met pindakaas.
Samen nemen we de ochtendkrant door. Zoals iedere ochtend. Ik de letters. Hij de foto's. Die ik desgevraagd 'toelicht' op Jip & Janneke-niveau. Uiteraard rekening houdend met de tere kinderziel en de confrontatie met schokkend wereldnieuws.

Ik sla de krant open.
Onder mijn linkerarm verschijnt een niet mis te verstane foto van het drama van gister. De zwarte auto is nét voorbij gereden. Lichamen liggen her en der verspreid op straat. Sommige omstanders hebben al door wat er is gebeurt. Anderen nog niet. Als ik de foto beter bekijk, is een flinke open beenbreuk met botten en al goed zichtbaar.
Snel moffel ik de foto weg onder een een reclamefolder. Want, hoe moet ik in godsnaam deze ravage uitleggen aan een zeer nieuwsgierige peuter?

Gelukkig zit David aan mijn rechterkant. Hij heeft inmiddels de foto van de geschokte koninklijke familie in de bus ontdekt.
Mama, wie is dat? Wat zegt-ie?, vraagt David terwijl hij naar Máxima op de foto wijst. Dat is prinses Máxima, vertel ik. De mama van prinses Amalia.
Dat maakt indruk. Prinses Amalia die een moeder heeft. Die óók nog eens prinses is. Maar niet voor lang.
Wat doet-ie nou? Wat zegt-ie?, dringt hij aan.
Eh, Máxima is een beetje geschrokken, zie je dat?, probeer ik. Ze zegt "Ohh, wat gebeurt daar nu?"

Dan ziet hij de foto van de koningin, tijdens haar verklaring na de gebeurtenissen.
Wie is dat?, wil hij weten. De koningin, antwoord ik.
Huh? Dat is gek, zegt hij. Dat is toch niet de koningin?, zegt hij ongelovig. Nee. De koningin heeft een hoed op en kijkt blij. Dat is niet de koningin, mama.

Ja lieverd. Ik had ook liever uitgelaten oranje-feestvreugde foto's met je bekeken. En ons samen willen verbazen over de gekke hoedjes van de prinsessen.
Maar een malloot heeft Koninginnedag om zeep geholpen. Hopelijk komen we ooit nog te weten waarom.